Header image  
Veilig fietsgedrag en kinderen  
line decor
 
line decor
   
 

Veilig fietsgedrag

 
 

De meeste kinderen tussen de leeftijd van zes en 16 jaar rijden met de fiets. Kinderen starten met fietsen als een vorm van spelen. Naarmate ze ouder en meer gevorderd raken, gaat er een transitie van de fiets als speelgoed naar transportmiddel plaatsgrijpen. Met een groeiende onafhankelijkheid gaan zowel ouders als grootouders een verminderde controle hebben over hoe en waar de fiets gebruikt wordt.

Het op jonge leeftijd aangeleerde rijgedrag gaat de wijze waarop de (klein) kinderen gedurende de rest van het leven fietsen beïnvloeden. Jong geleerd is oud gedaan, zowel op de positieve zaken, als de negatieve zaken. Als fietser is het kind evenwel steeds in een zwakke positie ten opzichte van de andere weggebruikers, waardoor het belang van een goede, maar vooral veilige verkeersopvoeding vanaf de eerste dag uiterst belangrijk is.

De start

Zorg ervoor dat de maat van de fiets en de fietshelm juist is. Hij of zij moet in staat zijn om al zittend op het zadel met beide voeten aan de grond te komen; een fiets die te groot of te klein is, betekent een zwaar veiligheidsrisico voor het onervaren kind. Daarnaast is het ook niet aan te raden te starten met fietsen uitgerust met versnellingen en de onvermijdelijke remhendels. Een startend kind gaat vaak nog niet bij machte zijn om bij de remhendels te komen. Koop dus per definitie een fiets met een achteruit trap rem, torpedorem in de volksmond. Daarnaast MOET de fiets ook uitgerust zijn met een fietsbel en reflectoren.

Volgende regels gelden voor jonge kinderen en er wordt hiervan NIET afgeweken:
*) Er wordt niet gespeeld op de openbare weg!
*) Er wordt dus zeker niet gereden op drukke straten!
*) Er wordt niet ’s nachts gereden!
*) Er wordt voor alle stopborden effectief gestopt!
*) Bij het rijden op de straat (steeds onder supervisie!) wordt er steeds met verkeer meegereden, dus rechts.

 

Meest voorkomende gevaren

Het merendeel van de fietsongelukken en de ermee gepaard gaande kwetsuren gebeuren zonder betrokkenheid van gemotoriseerde voertuigen. De meeste ongelukken zijn valpartijen, botsingen met vaste voorwerpen, botsingen met andere fietsen en wandelaars waarbij de fietser controle verliest. Meestal gebeuren de ongevallen ook steeds thuis of zéér dicht bij huis in de directe omgeving.

De minderheid van de ongevallen gebeuren wel met gemotoriseerde voertuigen, maar de gevolgen ervan zijn wel veel ernstiger om niet te zeggen dodelijk. De meeste ongevallen met auto’s en kinderen op de fiets gebeuren door een actie van het kind als oorzaak. Het kind gaat een overtreding begaan al dan niet in combinatie met een slecht verkeersinzicht. Onderricht uw fietsend (klein)kind dus alsof zijn leven ervan afhangt. En jammer genoeg is dat dus ook effectief zo.

1) Het afrijden van de afrit thuis.

Een jong kind vertrekt thuis en rijdt vanaf de afrit de straat op, een botsing met een auto tot gevolg. Dit gebeurt vaak bij kleine kinderen onder de leeftijd van tien jaar.

Indien uw afrit/oprit visuele obstructies, zoals bomen of struiken, vertoont voor passerende bestuurders, verwijder deze dan of scheer ze kort en laag. Een bestuurder heeft dan alvast een beter zicht op uw afrit, maar nog belangrijker dient u uw (klein)kind een veilige handelswijze om de afrit thuis te verlaten aan te leren:

*) Stoppen alvorens de straat op te rijden
*) Eerst links kijken en dan rechts kijken naar verkeer
*) Als er géén verkeer is, dan pas de weg oprijden

2) Door een stoplicht of stopsein rijden.

De meeste fietsers die aangereden worden nadat ze door een stopsein of stopbord gereden hebben, weten dat ze moeten stoppen ervoor. Het probleem situeert zich vaak in vergeetachtigheid en nonchalance, maar wel gevolgd door zeer ernstige ongelukken. Instrueer en benadruk bij uw (klein)kind dat het doorrijden bij stopborden of seinen ALTIJD zéér gevaarlijk is. Het is niet omdat het negen op tien keer goed gaat, dat het de tiende keer ook zo gaat zijn. Leg hen de correcte regels uit, maar eveneens de gevolgen indien ze zich er niet aanhouden:

*) Stoppen bij elk stopsein, onafgezien of er nu verkeer is of niet.
*) In beide richtingen kijken voor verkeer.
*) Wachten tot elk aanwezig verkeer weg is.
*) Pas doorrijden als alles veilig is.

En vooral, geef ook zelf als fietser het juiste voorbeeld!!!!!

 

3) Afdraaien zonder waarschuwing

Deze botsingen gebeuren vaak doordat de fietser een onvoorziene draai op straat onderneemt, zonder te letten op achterliggend verkeer of signalisatie.

Leer uw (klein)kinderen dat ze met hun fiets aan de hand moeten oversteken op drukke straten. Zeker op jongere leeftijd en zonder verkeersinzicht dient u dit ten zeerste bij hun te benadrukken. Op minder drukke straten kunt u hen onder supervisie aanleren om steeds het verkeer in de gaten te houden en tekens te geven als ze een maneuver ondernemen. Probeer best om het kind op een parking aan te leren om kort achter zich te leren kijken naar aankomend verkeer. Een goede oefening hierbij is om op de parking als volwassen langs u te laten rijden en dan zijn naam te roepen, waarbij het achterwaarts de vingers op uw opgestoken hand dient te tellen. Na een tiental minuutjes zou een tienjarige instaat moeten zijn om deze te tellen, zonder te zwalpen wanneer ie achteruitkijkt.

4) Schemering

De meeste ongevallen bij schemering gebeuren doordat een auto een ander voertuig inhaalt en frontaal op een fiets botst. Dit soort ongelukken zijn bijna altijd zéér ernstig, maar gebeuren in het merendeel van de gevallen bij oudere fietsers.

Verbied het kind om bij schemering of ’s nachts met de fiets te rijden. Het omhelst immers speciale vaardigheden en uitrusting. Bijna geen enkel kind heeft beide. Leer uw kind om zodra schemering valt om u te contacteren en voor een rit naar huis te vragen. Zeker in de huidige gsm-tijd en bij de ietwat oudere kinderen (boven tien jaar) moet u deze regel instellen. Jongere kinderen horen sowieso niet op de straat te vertoeven zonder supervisie en niet enkel vanuit het standpunt van de verkeersveiligheid.

Voor volwassenen en de ietwat oudere kinderen, is de eerste vereiste om zichtbaar te zijn. Zéér heldere lichten en reflectoren in combinatie met lichtgekleurde kleding en lichtreflecterende strips moeten tot de basisuitrusting behoren. De tweede vereiste is om het kind aan te leren om zijn schaduw ten gevolge van ontstoken autolichten te volgen. Als zijn of haar schaduw naar rechts wegdraait bij een aankomende auto, is er niet aan de hand, behalve dan dat ie het kind aan het inhalen is. Indien de schaduw steeds recht voor het kind blijft en het hoort de auto naderen, moet het zich uit de weg maken en dan natuurlijk richting het voetpad of de kant rechts van de weg.

 

5) Volg de leider (kuddegedrag)

Veel auto/fiets ongelukken gebeuren doordat kinderen elkaar volgen en kuddegedrag vertonen. De eerste vliegt door een stopsein en de tweede denkt dat hij of zij ook nog haalt en wordt gegrepen door een auto. Dit kuddegedrag is uiterst moeilijk om af te leren bij jongere kinderen.

Leer uw kind steeds om de verkeerssituatie voor zichzelf in te schatten. Wanneer ze in groep rondrijden, moet iedere fietser stoppen voor stopseinen. Iedereen dient in alle richtingen rond te kijken voor aankomend verkeer.

6) Hoofdletsels

Minder dan twintig percent van de gebeurlijke fietsongelukken gebeuren met auto’s. De meeste gebeuren gewoonweg doordat het kind controle over de fiets verliest. Een valpartij kan het gevolg zijn van slippen, een wiel dat vastkomt zitten in een gat of bijvoorbeeld een schoenveter die in de ketting verstrikt raakt.

Bij een valpartij raakt het voorhoofd vaak als eerste de grond. Hoofdletsels veroorzaken het merendeel van de dodelijke fietsongelukken. Daarnaast gaan hoofdletsels ook vaak gepaard met ernstige hersenschade. Tot 85% van de ernstige hoofdletsels kunnen voorkomen worden door het dragen van een fietshelm. Hierdoor is het essentieel dat u uw (klein)kind vanaf dag één een goed passende fietshelm laat dragen. Ga hiervoor langs bij een professional, met name uw locale fietshandelaar.

Overtuig er uw kind ook steeds van om zijn of haar helm te dragen. Geef ook zelf het goede voorbeeld en u heeft hun eerste mogelijke bezwaren al overwonnen. Onthou ook steeds dat een helm slechts kan werken, indien hij gedragen wordt.

Tot slot, vergeet niet dat u steeds in alle omstandigheden het goede voorbeeld geeft. Uw (klein)kind kopieert zowel uw goede als slechte gewoontes. Maak er een vereiste van op de fiets dat volgende handelingen steeds gebeuren:

*) Dragen van een helm.
*) Stoppen bij stopseinen of stopborden.
*) Zelf uitvoeren wat u uw (klein)kind wil aanleren.

Zie ook onze pagina over 'De loopfiets' en 'Fietszitje, fietskar en bakfiets'.