|
Elke deelname aan wat voor sport dan ook betekent eveneens een verhoogd risico op blessures. Door de oorzaken van blessures wat te doorgronden en hoe deze het beste te vermijden kunt u uw jonge kind volop laten genieten van sport.
De oorzaken voor sportblessures bij kinderen:
Kinderen jonger dan 8 jaar hebben een minder goed coördinatie en een tragere reactiesnelheid dan volwassenen. Dit komt vooral doordat ze nog volop in hun groeifase en ontwikkeling zitten. Daarnaast is de individuele groei bij kinderen verschillend. Er is vaak een groot verschil in lichaamslengte en gewicht bij kinderen van dezelfde leeftijd. En wanneer kinderen van verschillende groottes met mekaar spelen, is er een verhoogd risico op blessures, vooral dan bij de lichtere en kleinere kinderen.
Naarmate kinderen groter en sterker worden, is er weer een verhoogd risico op blessureleed doordat de kracht bij het spelen toeneemt, waardoor eveneens de kracht bij impact of botsing groter wordt. Een botsing tussen twee kinderen van 40 kilogram zal minder impact geven dan een botsing tussen twee tieners van 80-90 kilogram. De gevolgen zullen dan ook vaak erger worden naarmate de lichaamsmassa en lichaamskracht toeneemt.
Ook het inschattingsvermogen van kinderen is nog niet volledig ontwikkeld. Vaak staan ze niet stil bij de gevolgen van hun daden of acties. Hierdoor gaan ze vaker een risico nemen, zonder er bij stil te staan dat ze zich kunnen kwetsen.
Preventie van sportblessures
Hoe kunt u nu uw (klein)kind het beste beschermen tegen blessures? De volgende richtlijnen gaan u hierbij helpen:
Het gebruik van de juiste uitrusting:
Het is uitermate belangrijk dat uw kind zowel de juiste uitrusting als de geschikte beschermingsuitrusting heeft ( en draagt!) en dit in de juiste maat en grootte. Voor sporten als baseball, fietsen en hockey dient het kind een helm te dragen. Ook voor sporten als inline-skaten, met de scooter rijden en skateboarden dient het kind een helm op te zetten. Voor sporten die een bal omhelzen, dient u na te gaan of het kind oogbescherming, zoals een sportveiligheidsbril, nodig heeft. Vraag hiervoor om advies bij de sportverantwoordelijke van uw (klein)kind. Deze kan u gericht advies geven omtrent helmen, schoenen, mondbescherming, scheenlappen en andere beschermingskledij.
Onderhoud van de speelterreinen:
Alhoewel u niet instaat voor het onderhoud van de speelpleinen, kunt u wel zelf nagaan of het plein in goede staat is en gebaseerd op uw bevindingen ervoor kiezen of uw kind bij de club gaat of niet. Een speelveld mag geen gaten, scheuren vertonen omdat deze valpartijen en blessures bij de kinderen kunnen veroorzaken. Wanneer uw kind een sport beoefend met grote impactkans (veroorzaakt door ballen, medespelers) is het nuttig om te kijken naar de omgeving waarin de sport beoefend wordt. Bij basketbal gespeeld op een betonnen buitenplein kunnen de valverwondingen erger zijn dan bijvoorbeeld op een indoor kunststofbaan.
Een goed toezicht en goede ingesteldheid voor veiligheid (vanwege de club):
Elke teamsport en sportactiviteit door uw kind dient te gebeuren bij supervisie door gekwalificeerde volwassenen. Selecteer de sportclub van uw kind dan ook op basis van hun veiligheidsfilosofie bij de uitoefening van de sport.
De trainer moet op zijn minst geschoold zijn in EHBO en het welzijn van zijn sportbeoefenaar(tje)s dient voorop te staan. Een trainer die enkel maar voor de overwinning gaat, kan uw kinderen aansporen om verder te spelen voor de overwinning, ondanks eventuele blessures. Ook een goede sportmentaliteit wordt bij dit type trainers niet aangeleerd. Een trainer dient de reglementen goed toe te passen en zijn spelers te verplichten hun beschermingskledij te dragen. Dit kunt u enkel goed in te schatten door een paar keer de training te komen volgen, alvorens uw kind in te schrijven. De meeste clubs maken hier hoegenaamd geen probleem van, zeker niet als er een potentieel nieuw lid mogelijk is. Wanneer u enkele trainingssessies bezoekt, bekijk dan ook of de kinderen volgens vaardigheid, grootte en fysische maturiteit ingedeeld worden. Vergeet echter niet, dat bij competitiewedstrijden hier veel minder tot geen rekening meegehouden wordt! Zeker bij de iets grotere en oudere kinderen gaat de competitiedrang vaker primeren dan de "deelnemen is belangrijker dan winnen" mentaliteit.
Een goede voorbereiding:
Zorg ervoor dat uw (klein)kind een basisvaardigheid heeft om de sport te beoefenen, alvorens hem het veld op te (laten) sturen. Een kind kan een goede voorbereiding krijgen door een goede warm-up in combinatie met geregelde trainingssessies en oefenwedstrijdjes. Door deze taktiek gaat het kind ook plezier beleven aan zijn sport en gaan de kansen op mogelijke blessures sterk beperkt worden. Laat uw kind ook goed drinken tijdens de training en wedstrijden en kijk erop toe dat het voldoende rust krijgt tijdens trainingen en competities.
Normaliter bij een goede sportclub gaan al deze facetten goed ingevuld zijn, maar het blijft onze taak als ouders/grootouders hier toezicht op te houden.
Welk type blessures bij welke sporttakken.
Ondanks een goede voorbereiding kan (en zal) het kind toch gekwetst raken bij de uitoefening van zijn/haar sport. Er zijn drie type sportblessures: de traumatische blessure, de overbelastingsblessure en de terugkerende blessure.
De traumatische blessure:
Traumatische blessures gebeuren plots en zijn steeds verbonden aan een trauma. Bij jonge kinderen omhelst het vaak bloeduitstortingen (blauwe plekken), omzwikking van de voet, en overrekkingen. Bij tieners zijn ze vaker ernstiger blessures, met name gebroken botten en afgescheurde ligamenten.
De ergere traumatische blessures die onafgezien van leeftijd optreden zijn: oogblessures, met inbegrip van een beschadigd hoornvlies, bloed in het oog, gebroken botten, hersentrauma, hersenschudding, schedelfracturen, fracturen van de oogkas, hersenbloedingen en rugletsels.
Traumatische blessures gebeuren vaak doordat er een verkeerde uitrusting wordt gebruikt of doordat een geschikte uitrusting niet (goed) gebruikt wordt. Bijvoorbeeld het niet-gebruiken van oogbescherming bij bepaalde balsporten. Zeker bij basketbal is er een verhoogd risico op oogletsel bij het gezamenlijk springen naar een bal. Het gebeurt geregeld dat de kinderen onzacht in contact komen met ellebogen van de tegenpartij. Sta erop dat uw kind zijn beschermingsmaterieel gebruikt en zie erop toe dat de trainer het gebruik ervan superviseert.
De overbelastingsblessure:
Overbelastingsblessures ontstaan door herhaalde bewegingen die teveel stress plaatsen op de botten en spieren. Alhoewel deze blessures zowel bij kinderen als volwassenen kunnen optreden, zijn ze heel problematisch bij een kind omdat ze een negatief effect kunnen hebben op de nog steeds groeiende botten van het kind. Elk kind dat sport beoefent kan overbelastingsblessures krijgen, maar er bestaat wel een verband tussen het aantal tijd dat een kind steekt in zijn sport. Dus hoe meer tijd, hoe hoger het risico op overbelastingsblessures.
Er zijn een aantal typische overbelastingsblessures:
*) Kniepijn: Pijn in de knie doet zich vaak aan de voorkant voor onder de knieschijf. De knie voelt pijnlijk en gezwollen aan en dit is vaak te wijten aan peesontsteking of kraakbeenontsteking. De oorzaak ligt vaak aan een continue spanning van de hamstring (achterkant been) of quadricepspieren (voorkant been).
*) Tenniselleboog: Het herhaald gooien of slaan kan een pijnlijke en gevoelige elleboog opleveren. De mogelijkheid om de arm te buigen en te strekken kan verminderd zijn, en de pijn laat zich vaak voelen net na een gooi of sla-beweging wordt ondernomen. Naast de pijn gaan veel sportbeoefenaars ook klagen van een afname van kracht en uithouding in die arm.
*) Achillespeesklachten:
De achillespees is de pees waarmee de kuitspieren aanhechten op het hielbot. Deze pees heeft het bij lopen zwaar te verduren en raakt helaas ook vaak geblesseerd. Achillespeesklachten kunnen herkend worden aan zeurende pijn en stijfheidklachten, die zich met name bij aanvang van de dag (ochtendstijfheid) of bij aanvang van de training (startstijfheid) voordoen en altijd (de ochtend) na de training heviger terugkomen. Achillespeesklachten zijn door dezelfde maatregelen als genoemd bij 'scheenbeenirritatie' te voorkomen.
*) Enkelklachten:
Enkelklachten gebeuren vaker bij sporten die veel lopen omhelzen. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om tijdens het lopen zich te verstappen en de enkel om te zwikken. Zeker bij kleinke kinderen is deze kans groter daar ze vaak niet honderd percent met hun gedachten bij hun handelingen zijn en zich vaker mistrappen. De kans hierop wordt kleiner als het kind zich goed geconcentreerd tijdens het lopen en goede sportschoenen met een stevige hielkap draagt. Bij een enkelverzwikking wordt de enkel vaak dik en is bewegen of belasten van het enkelgewricht pijnlijk. Het is in dat geval altijd verstandig om gelijk te stoppen met lopen. Pas 'Eerste Hulp bij Sport Ongevallen' toe. Die hulp bestaat uit minimaal 20 minuten 'koelen' van de enkel en het aanleggen van een drukverband. Dit 'koelen' kan het beste gebeuren door ijs over de pijnlijke plek te masseren of te leggen, waarbij er wel een doek tussen het ijs en de huid gelegd moet worden om bevriezingsverschijnselen van de huid te voorkomen. Is er geen ijs in de buurt, dan kan de enkel in koud water of onder de koude kraan gehouden worden. Laat een deskundige beoordelen hoe ernstig het letsel is, voordat het kind het lopen terug hervat. Als er sprake is van 'zwakke enkels' of een eerder doorgemaakte enkelverzwikking, kan een herhaling voorkomen worden door extra spierversterkende oefeningen uit te voeren voor de onderbeenspieren, door eenbenige evenwichtsoefeningen uit te voeren en door tijdens trainingen de enkel (tijdelijk) extra te ondersteunen. Dit kan door de enkel te zwachtelen, in te 'tapen' of door een 'brace' te dragen. Laat je bij de keuze hiervan vooral door een deskundige adviseren!
Overbelastingsblessures kunnen veroorzaakt of verergerd worden door:
*) Groeispurten en een onbalans tussen kracht en flexibiliteit bij het kind
*) Een onvoldoende warmup
*) Overdreven en te langdurige inspanningen (bijvoorbeeld te hoge trainingsfrequentie)
*) Het beoefenen van dezelfde sport het ganse jaar door
*) Een verkeerde techniek (Goede trainers kunnen dit ondervangen bij het aanleren van de sport!)
*) Ongeschikte uitrusting (Vooral geschikt schoeisel is uitermate belangrijk. Vraag voor advies aan de trainer of verantwoordelijke!)
Weerkerende of repititieve blessures:
Ook de repititieve blessures zijn een groot leed bij de sportbeoefenaars. Het hervallen in een blessure is vaak te wijten aan het hernemen van de sport alvorens de blessure voldoende rust en heling te geven. Een sportbeoefenaar loopt een groot risico opnieuw in dezelfde blessure te hervallen indien hij/zij het lichaam niet voldoende tijd geeft om de blessure volledig te laten helen. Enerzijds gaat men sneller hervallen, maar men kan ook andere blessures oplopen doordat het lichaam de zwakke plek, met name de nog niet geheelde blessure, gaat proberen te ontzien en daarvoor meer stress legt op een ander lichaamsdeel, met daar een mogelijke blessure tot gevolg.
Het hervallen kan vermeden worden door het lichaam voldoende tijd te geven om te helen. Na consultatie bij een dokter en zijn fiat kunt u het kind terug laten sporten, evenwel met goede opwarming en afkoeling na het sporten. Ook de herintrede in de sport dient rustig en progressief te gebeuren. Uw arts zal u wel goede adviezen hierin geven. Een te snelle, te krachtige intrede in de sport, kan het lichaam shockeren met opnieuw blessure tot gevolg. Probeer het kind uit te leggen dat het beter langzaam kan beginnen, dan te snel met een mogelijke ziekenhuisopname tot gevolg.
Behandeling van sportblessures
De behandeling van de sportblessures is afhankelijk van het type.
Bij traumatische blessures wordt onverwijld EHBO toegepast en een onmiddellijk bezoek aan een arts. De dokter zal dan evalueren of het kind moet doorverwezen worden naar het hospitaal. Sommige clubs opteren om rechtstreeks naar spoed te gaan met het geblesseerde kind. Zeker bij de traumatische blessures is het beter geen risico te lopen.
Bij de overbelastingsblessures is de filosofie identiek. Als het kind klaagt over pijn, dan is er een probleem en dient onmiddellijk een arts opgezocht te worden. De dokter geeft zijn diagnose en opteert voor eventuele verdere onderzoeken. Hij is hierin gespecialiseerd of verwijst naar een specialist. Zeker bij de overbelastingsblessures moet er een juiste diagnose en behandeling worden opgesteld. Gebeurt dit niet, dan kunnen deze evolueren naar chronische blessures en leed.
In sommige gevallen kan het kind niet meer terugkeren naar zijn (geliefde) sport, zonder dat het een groot risico loopt. Consultatie bij de dokter is dan ook essentieel. Lukt verdere deelname in de sport niet meer, dan kan hij u adviseren om een andere sporttak of bewegingsvorm te proberen. Het welzijn van het kind en zijn verdere gezondheid gaan voor op het eventuele plezier dat het kind beleeft bij een voor hem of haar op dat ogenblik niet meer geschikte sporttak. Betrek uw arts hierin en vraag zijn of haar advies. Uw kind zal er wel bij varen. Lees ook onze pagina's over 'Loopschoen' en 'Slim sporten'.
|