Baby’s verliezen vaak hun haartjes tijdens de eerste zes maanden van hun leven. Haargroei heeft immers twee fases: een groeiende fase en een rustfase. In deze rustfase stopt het haar met groeien en valt het uit. Bij pasgeborenen gaan alle haarzakjes, waaruit het haar groeit, tegelijkertijd hun rustperiode in. De ermee gepaard gaande kaalheid wordt geweten aan veranderende hormoonniveaus. Voor de geboorte heeft het kind, via de moeder een hoog niveau aan geslachtshormonen. Na de geboorte gaan deze hormoonniveaus drastisch dalen en gaat het haar van het kind beginnen uitvallen.
Daarnaast kan het kind op bepaalde plaatsen op zijn hoofd kale plekken krijgen door het liggen in eenzelfde positie tijdens het slapen. Vooral tijdens het slapen gaan de kinderen steeds op eenzelfde manier en ligging slapen, waardoor er op bepaalde plaatsen kaalheid kan optreden door het ‘schuren’ met het hoofdje.
Tegen deze haaruitval is niets te beginnen, behalve geduld hebben en wachten tot de definitieve haartjes beginnen groeien. De textuur en kleur hiervan kan trouwens verschillend zijn ten opzichte van het haar waarmee het kind geboren is. Zo rond het eerste jaar hebben de meeste baby's toch wel een hoofd vol met haartjes. Deze haartjes zijn steviger en hebben dus inmiddels de kleur gekregen die ze de eerstkomende jaren zullen hebben.
Er kan sprake zijn van een probleem, wanneer het kind na die eerste zes maanden (opnieuw) haar begint te verliezen. Dit kan teken zijn van een voedingsprobleem of een onderliggende medische oorzaak. Bij vragen moet u zich best wenden tot uw kinderarts of huisarts.
|