Header image  
Kinderziektes: Wagenziekte  
line decor
 
line decor
   
 

Wagenziekte 

 

 

 

Wagenziekte is een ziekte die kan optreden als we reizen met auto, trein, boot en ander vervoer. Het komt voornamelijk voor bij kinderen tussen twee en tien jaar. Dit is te wijten aan het feit dat hun evenwichtsorgaan nog niet volledig ontwikkeld is. Toch kunnen ook volwassenen last hebben van wagenziekte. Als het in de familie zit, is er een verhoogde kans dat ook uw kind of kleinkind er last van heeft.

De oorzaak van de wagenziekte zijn schommelende en onregelmatige bewegingen, als men stilzit in het vervoersmiddel. Er komt immers tegenstrijdige informatie binnen in de hersenen en deze raken verward. Men beweegt, maar het lichaam zit/staat stil. Deze bewegingen gaan het evenwichtsorgaan prikkelen en dat stuurt impulsen naar de hersenen. Deze gaan op hun beurt het braakcentrum in de hersenen activeren, waardoor men misselijk wordt en gaat braken. De eerste symptomen zijn duizeligheid en misselijkheid. Daarna wordt men suffer, krijgt men een raar gevoel in de onderbuik. Het hoofd wordt licht, men voelt zich misselijk en begint over te geven.

 

Wat kan men ondernemen om de wagenziekte te bestrijden?

In de auto:
*) Vermijd bochtige wegen (niet altijd mogelijk).
*) Vermijd reizen op een lege maag, maar vermijd tegelijkertijd etenslucht in de wagen. Ook rook en parfum moeten uit de wagen geweerd worden.
*) Niet eten in de auto zelf, maar bij een stopbeurt. Eet hierbij géén ‘zware’ dingen zoals te vettig eten.
*) Drink best water en géén gesuikerde dranken.
*) Niet lezen en schrijven in de auto
*) Indien mogelijk en toegelaten, de wagenzieke best vooraan laten zitten, zodat hij/zij goed kan rondkijken.
In de trein:
*) Dezelfde voorzorgsmaatregelen als in de auto.
*) Reis niet ‘achteruit’. Zorg dat u kijkt in de rijrichting van de trein.
In de boot:
*) Dezelfde voorzorgsmaatregelen als in de auto.
*) Plaats u midden op het achterdek
In het vliegtuig:
*) Dezelfde voorzorgsmaatregelen als in de auto.
*) Vraag bij het inboeken een plek bij de vleugels.

Vraag uw apotheker om hulpmiddeltjes. Hij/zij kan u bepaalde stoffen aanraden en verkopen.