Header image  
Gilles de la Tourette syndroom
 
line decor
   
line decor
   
 
Gilles de la Tourette syndroom

 

We hebben allemaal wel eens gehoord van het Gilles de la Tourette syndroom. Ieder kent wel de scènes op televisie waarop een patiënt iemand tijdens een doodnormale conversatie begint uit te schelden, vaak gepaard met ernstige tics. Natuurlijk laat men op televisie voor het drama graag de meest extreme varianten zien, maar er zijn zoals bij alle ziektes vele varianten en gradaties. De ziekte uit zich ook vaak op verschillende manieren.

Meestal komt het syndroom een eerste maal naar voren tijdens de kleutertijd. De symptomen lijken dan vaak op die van een ADHD-lijder. Rond het zesde levensjaar beginnen dan de motorische tics te ontstaan, gevolgd door de vocale tics. De symptomen zijn vrij gevarieerd:

*) Praten met een rare, vervormde stem.
*) Snoeven met de neus.
*) Tandenknarsen.
*) Neuriën.
*) Zingen.
*) Nagelbijten.
*) Gevaarlijke dingen aanraken, zoals ketels, verwarmingselementen,…
*) Raar wandelen, lopen, springen,…
*) …

 

Zoals gezegd kennen de meeste mensen enkel de meest radicale vorm van Gilles de la Tourette, waarbij men mensen uitscheldt. De ziekte is evenwel niet altijd zo zichtbaar en vaak merken patiënten dat ze al jaren aan het syndroom lijden, zonder er zich van bewust te zijn. De symptomen beginnen dan ook niet altijd opvallend. Wanneer men een langere periode last heeft van bepaalde tics, kan men beginnen vermoeden dat het Gilles de la Tourette syndroom verantwoordelijk is. Het syndroom van Gilles de la Tourette wordt vastgesteld als de vocale tics en motorische tics meer dan een jaar aanhouden en als uit medisch onderzoek door dokters blijkt dat de tics niet door een andere aandoening worden veroorzaakt. Het kan moeilijk zijn om de diagnose te stellen, omdat de kenmerken ook bij andere aandoeningen kunnen voorkomen.

Behandeling.

Genezing is niet mogelijk bij het syndroom, maar men kan wel de symptomen behandelen. De uiterlijke symptomen kunnen vaak zo mild zijn, dat zelfs medicatie niet nodig is. Gedragtherapie kan verlichting brengen, maar ook een begripvolle omgeving is erg belangrijk voor de patiënt. In heel ernstige gevallen zal de behandelende arts doorverwijzen naar een neurochirurg, om eventueel via een chirurgische inplanting van een elektrode in de hersenen het syndroom te behandelen. Door lichte elektrische stimulatie door de elektrode zullen de tics afnemen of zelfs verdwijnen. Lees ook onze pagina over ‘ADHD’.