Header image  
Kinderziektes: Epilepsie  
line decor
 
line decor
   
 

Epilepsie

Epilepsie of vallende ziekte is een ziekte waarbij bepaalde type aanvallen optreden die hun oorsprong hebben in de hersenen. Een aanval wordt ook wel een toeval genoemd. De oorzaak van epilepsie is vooralsnog onbekend maar wetenschappelijk onderzoek suggereert dat epilepsie komt door een verstoring in de verhouding van remmende zenuwcellen en stimulerende zenuwcellen. Deze verstoring ontstaat tijdens de ontwikkeling van de hersenen na de geboorte. Daarnaast kan epilepsie ook veroorzaakt worden door een ongeval, waarbij er hersenbeschadiging is opgetreden.

Epilepsie kan aangeboren zijn of later optreden. Soms is er een aantoonbare oorzaak maar dit is niet altijd het geval. Epilepsie kan ook na een hersenbeschadiging ontstaan, bijvoorbeeld na een geboorteletsel, na een ernstige hersenschudding of als gevolg van een beroerte (hersenbloeding). Andere oorzaken voor epilepsie zijn prikkeling door een hersentumor of door een hersenontsteking, maar ook een genetische afwijking kan de oorzaak zijn.

De diagnose van epilepsie wordt gesteld op grond van de kenmerkende verschijnselen en aan de hand van een elektro-encefalogram (EEG), dat bij de verschillende soorten aanvallen kenmerkende stoornissen laat zien. Bij verdenking op een onderliggende aandoening wordt hier onderzoek naar gedaan. Soms kan deze oorzakelijk behandeld worden.

 

Soorten epilepsie

Epilepsie kan ruwweg in twee hoofdtypes ingedeeld worden:

1) Partiële epilepsie

Bij partiële epilepsie ontstaat door plaatselijke elektrische ontladingen hypofunctie van het betreffende hersendeel. Als het alleen bij dit hersendeel blijft, ziet een aanval er vaak als volgt uit:

De aanval begint vaak met bijvoorbeeld een vreemd gevoel in de buik, een reuk- of smaakhallucinatie of bijvoorbeeld een spraakstoornis (afasie). Dit wordt een (epigastrisch) aura genoemd. Daarna wordt de patiënt afwezig en gaat smakken, kauwen of een eenvoudige handeling uitvoeren. Deze aanvallen duren minuten tot een kwartier. Soms vertoont de patiënt tijdens de aanval voor hem vreemd, agressief gedrag.

Partiële aanvallen zijn te verdelen in elementair partiële en complex partiële aanvallen. Beide vormen zijn hetzelfde, behalve dat bij een complex partiële aanval er na het schokken soms bewustzijnsverlies ontstaat.

2) Gegeneraliseerde epilepsie

*) Grand Mal

De meest bekende en dramatische epileptische aanval is de gegeneraliseerde toeval, ook wel grand mal genaamd. Hierbij worden plotseling alle hersencellen door de elektrische ontladingen geprikkeld. Aan zo'n aanval gaat vaak een vreemd gevoel van onwel zijn of een aura vooraf. Bij de aanval zelf verliest de patiënt het bewustzijn en ontstaat een gehele verkramping van het lichaam. Dit is de tonische fase. Hierbij kan een tongbeet voorkomen. Na enkele seconden ontstaan steeds heftiger spierschokken, de klonische fase. De ogen staan vaak open en zijn weggedraaid. Er is nogal eens incontinentie voor urine. Omdat de ademhaling even stokt door de kramp, wordt de patiënt eerst rood en daarna blauw. Dan volgt een blazende ademhaling met schuim op de mond. Na de spiertrekkingen volgt een bewusteloosheid die tot een kwartier kan duren, waarna de patiënt verward ontwaakt. Dergelijke aanvallen kunnen elkaar soms voortdurend opvolgen, zodat het bewustzijn tussendoor in het geheel niet meer helder wordt. Dit is een gevaarlijke toestand, omdat er door zuurstofgebrek hersenbeschadiging kan optreden.

*) Petit Mal, ook wel absences genaamd.

Deze vorm van epilepsie wordt gekenmerkt door vluchtige aanvallen van daling van het bewustzijn. Deze aanvallen kunnen vaak zo kort van duur zijn dat ze onopgemerkt voorbijgaan. Het hoofd kan eventjes knikken, de spraak kan enkele seconden stokken en dan weer normaal verder gaan of een wezenloze blik kan de aanval kenmerken. Soms treden enkele schokken in de arm op of knippert de patiënt even met de oogleden. Ook zuig- en kauwbewegingen doen zich vaak voor.

 

Epilepsie bij kinderen

Bij kinderen komt epilepsie vaak op een andere manier tot uiting dan bij volwassenen. Bij kinderen van 4 tot 12 jaar kunnen er absences optreden. Dit zijn aanvallen die 5 tot 10 seconden duren waarbij het kind abrupt een activiteit stopt en ook daarna weer hervat. Het kind kan dan een wazige uitdrukking hebben, en er kunnen spierschokjes rond mond en oogleden optreden of smak-, kauw- of friemelbewegingen. Na de absence gaat het kind verder met z'n bezigheden zonder er zelf iets te hebben gemerkt. Deze aanvallen treden vaak vele malen per dag op. Deze vorm van epilepsie is meestal goed te behandelen en gaat ook vaak weer over binnen enkele jaren.

Veel ernstiger zijn de zogenoemde salaamkrampen, dit is een vorm van epilepsie die optreedt vanaf de leeftijd van 5 tot 6 maanden. Vaak is er dan sprake van een hersenbeschadiging. Deze aanvallen bestaan uit plotselinge buig- of strekkrampen van hoofd met romp gedurende enkele seconden. Meestal treden deze krampen op in reeksen van enkele tot zeer vele krampen. De vooruitzichten zijn vaak slecht: verstandelijke handicap en ernstige epilepsie. Dit geldt ook voor het zogenoemde Syndroom van Lennox-Gastaut. Dit is een vorm van epilepsie die kan optreden bij twee- tot vijfjarige kinderen met hersenbeschadiging. Aanvallen van plots verstijven van de spieren of juist verslappen van de spieren, waardoor het kind abrupt valt en zich ernstig kan verwonden.

Koortsstuipen zijn epileptische aanvallen bij kinderen van 6 maanden tot 4 jaar, die op kunnen treden wanneer de lichaamstemperatuur plotseling sterk stijgt ten gevolge van koorts. Deze stuipen kunnen zich tijdens een volgende koortsperiode herhalen. De kans dat zich bij kinderen met koortsstuipen later epilepsie ontwikkelt, is iets verhoogd maar toch nog steeds niet groot. Koortsstuipen zijn in principe onschuldig, maar de oorzaak van de hoge koorts is dit niet altijd - men moet bedacht zijn op oorzaken als longontsteking of meningitis.

Behandeling

De behandeling van epilepsie bestaat voornamelijk uit het toedienen van geneesmiddelen die het zenuwstelsel minder prikkelgevoelig maken. Het effect van de behandeling wisselt evenwel van persoon tot persoon. De epilepsiepatiënt kan het beste een regelmatig leven leiden om ook via deze weg overprikkeling van zijn zenuwstelstel te vermijden. Helaas zijn vele activiteiten (zwemmen, autorijden) niet toegestaan voor epilepsiepatiënten aangezien ze zichzelf en anderen bij een aanval ernstig letsel zouden kunnen toebrengen. Auto- of brommerrijden mag pas na een medische keuring waarvoor een aanvalsvrije periode van een jaar is vereist. De behandelende arts zal dit beoordelen.

Acties te ondernemen tijdens een aanval

Tijdens een aanval wordt de patiënt veelal tegen letsel beschermd. Normaliter probeert men het slachtoffer zo neer te leggen dat hij of zij zich niet aan meubels en dergelijke kan verwonden. Als de patiënt verslapt kan hij of zij in stabiele zijligging worden gelegd. Om te voorkomen dat een patiënt zich tijdens een epileptische aanval tot bloedens toe op de tong bijt, werd vroeger vaak aangeraden iets tussen de tanden te stoppen. Tegenwoordig raadt men dit eerder af. Het kan juist schade aan tanden en dergelijke geven. Ook de hulpverlener zelf kan er ernstige schade door oplopen, aan bijvoorbeeld zijn vingers.

Daarnaast bestaat er ook nog de mogelijkheid dat het voorwerp een obstructie van de luchtweg veroorzaakt, waarbij de zuurstofvoorziening in gedrang komt. Ook is het mogelijk dat men de tong zodanig naar achter duwt met hetzelfde effect tot gevolg. De verwondingen van de patiënt (tong- of wangbeet) genezen meestal snel en staan niet in verhouding tot eventuele nare gevolgen van goedbedoelde hulp. Verder kan bij patiënten van wie bekend is dat zij epilepsie hebben, een middel worden toegediend om de aanval te doen stoppen. Het is zelden nodig een ambulance te laten komen. Als de aanval echter langer dan 15 minuten aanhoudt, indien er meerdere aanvallen kort na elkaar plaatsvinden of de patiënt zich bijvoorbeeld ernstig verwond heeft, is het echter wel nodig een ambulance te laten komen.