Header image  
Kinderziektes: BOF  
line decor
   
line decor
   
 

Bof


 

Bof of dikoor (Parotitis epidemica) is een besmettelijke ziekte veroorzaakt door een virus, het bofvirus. Men kan deze ziekte slechts éénmaal krijgen, nadien is men immuun voor de rest voor zijn leven. Bof komt meestal voor bij kinderen en jonge volwassenen. Vooral in de winterperiode heeft de schoolgaande jeugd een verhoogd risico. Voor er een vaccin bestond, kreeg vrijwel ieder kind de bof.
 
Bof kan erge complicaties veroorzaken, zoals meningitis, vanaf puberteit bij jongens een ontsteking van de teelballen gevolgd door eventueel steriliteit; bij de meisjes ontsteking van de eierstokken (zeer zeldzaam) en een reeks ontstekingen aan eventueel alvleesklier (pancreatitis), de schildklier, het hart, de lever. Tijdelijke complicaties zijn onder andere pijn in de gewrichten en tijdelijke nierfunctiestoornissen. Voor zwangere vrouwen bestaat een verhoogd risico op een miskraam als deze de ziekte tijdens de zwangerschap oploopt.

Ziekteverschijnselen
Hoofdpijn, spierpijn en keelpijn
Koorts
Zwelling speekselklieren achter de oren
Zwelling van de slapen of kaak

 

Bof wordt overgedragen door inademing van vochtdruppeltjes en door direct contact met een besmet iemand. De infectie is overdraagbaar van zes dagen vóór tot negen dagen na dat de zwelling in het gezicht zichtbaar is geworden. Er verloopt 14 tot 21 dagen tussen besmetting en het ontstaan van de ziekte (meestal 18 dagen).

Behandeling 

De symptomen verdwijnen meestal binnen 1-2 weken. Er bestaat geen behandeling. Vermits het een virusinfectie is, hebben antibiotica geen zin. De behandeling is voornamelijk gericht op verlichting van de symptomen:

  • eventueel een pijnstiller
  • warme kompressen tegen de zwelling kunnen verzachtend werken.
  • vloeibaar voedsel. Rust houden en extra veel drinken.


Vaccinatie

Wie moet zich laten vaccineren?
Alle kinderen. 



Vaccinatieschema
Het vaccinatieschema omvat een eerste dosis drievoudig vaccin (tegen mazelen, bof en rode hond) op de leeftijd van 12 maand. Wanneer het kind naar school gaat, moet de vaccinatietoestand worden gecontroleerd en wordt een inhaalvaccinatie gegeven aan de kinderen die het vaccin nog niet gekregen hebben.
Op de leeftijd van 10-13 jaar (normaal in het vijfde leerjaar) moet een tweede dosis vaccin toegediend worden. Als je maar één spuitje hebt gehad, ben je mogelijk onvoldoende beschermd en laat je best een extra vaccin toedienen.

Deze vaccins worden door de Vlaamse overheid gratis ter beschikking gesteld van de vaccinatoren.