|
Bij aanvang van deze periode gaat het kind meestal geïntroduceerd worden aan vaste voeding. Check altijd op voorhand bij uw kinderarts, wanneer u overweegt om vaste voeding aan het dieet van een kind toe te voegen. Het zal een kind in iedere geval tijd kosten om gewoon te worden aan vast voedsel en dan vooral het leren eten ervan. Gedurende deze maanden zal u de gebruikelijke borstvoeding of flessenvoeding geven, dus wees vooral niet ongerust wanneer uw kind bepaalde voedingsmiddelen weigert. Het neemt gewoon wat tijd in beslag.
Is mijn (klein)kind klaar om vast voedsel te nuttigen?
Wanneer u op één van volgende vragen ‘ja’ kunt antwoorden, kan dit een indicatie zijn dat het kind klaar is om geïntroduceerd te worden aan vast voedsel.
*) Is de tong-reflex weg of verminderd? Deze reflex kunt u herkennen aan de tongbeweging die kleine baby’s maken om ongewenst voedsel buiten de mond te duwen. Deze reflex dient immers om vreemde voorwerpen/voedsel buiten de mond te duwen. Hun handjes kunnen ze immers nog niet gebruiken.
*) Kan uw baby zijn of haar hoofd rechthouden? Om vast voedsel te nuttigen dient het kind immers een goede nek/hoofdcontrole te hebben en rechtop kunnen zitten.
*) Is uw baby geïnteresseerd in voedsel? Een baby van zes maand die kijkt en grijpt naar voedsel tijdens het eten, is klaar om variatie in zijn voeding te krijgen.
Nadat uw dokter toestemming heeft gegeven voor het introduceren van vast voedsel en het kind blijkt ongeïnteresseerd te zijn, wacht dan enige dagen of weken en probeer opnieuw. Omdat het vast voedsel maar een toevoegsel aan hoofdzakelijk moeder-of flesmelk, dient u zich hierover geen zorgen te maken.
Hoe moet u starten met vast voedsel?
Wanneer uw baby klaar is en uw dokter zijn fiat gegeven heeft, kies dan een dag uit waarop uw baby goed uitgerust en goedgeluimd is. U dient er u ook van te verzekeren dat de baby een beetje hongerig is, maar niet uitgehongerd! U kunt bijvoorbeeld in eerste instantie opstarten met een gedeeltelijke borstvoeding of flesje. Zet hierna uw baby rechtop in uw schoot of in zijn/haar stoeltje.
Het eerste vaste voedsel is in veel gevallen gewoon wat moeder-/flesmelk gemengd met wat rijst/granen mengsel. U kunt dit aankopen bij de voedingshandel. De eerste voeding zal wellicht een hoop melk zijn in combinatie met een zéér kleine hoeveelheid babygranen. Volg hiervoor best de aanduidingen van uw arts en de fabrikant. Wees niet verwonderd als het kind het eerste lepeltje gewoon uitspuugt. Hou de lepel in eerste instantie dicht bij het mondje en laat de baby de geur goed ruiken, alvorens het eten in zijn mondje te brengen.
Maak u vooral geen zorgen in verband met het feit dat het merendeel van het voedsel buiten zijn mond zal belanden. Het is immers een introductie. Voeg ook geen granen toe aan de fles van de baby, tenzij uw dokter zijn toelating heeft gegeven. U gaat dan immers extra caloriën toevoegen en dat kan onder andere aanleiding geven tot overgewicht. Deze methode leert trouwens uw baby niet omgaan met vast voedsel, integendeel het is een variant op drinken.
Wanneer het kind het granen/melk mengsel van het lepeltje leert eten, is het moment aangebroken om ook fruit en groenten te introduceren. Telkens u nieuw voedsel introduceert, neem uw tijd! Introduceer één nieuw voedsel per keer en wacht verschillende dagen om een nieuw vast voedsel te introduceren. U heeft dan de mogelijkheid om te bestuderen voor welk voedsel uw kind misschien allergisch is.
Voedsel dat op deze leeftijd best vermeden kan worden:
Bepaalde soorten van voedsel worden best tot later bewaard. Geef géén eieren, koemelk, citrusvruchten/sappen en honing tot na de eerste verjaardag van het kind.
Vooral eieren kunnen aanleiding geven tot een allergische reactie. Citrusvruchten en sappen zijn zéér zuur en kunnen aanleiding geven tot pijnlijke uitslag op de billetjes van de baby. Honing kan bepaalde sporen bevatten, die onschadelijk voor volwassenen zijn, maar die bij baby’s botulisme kunnen veroorzaken. Koeienmelk is gewoonweg niet compleet genoeg qua nutriënten.
Ook vis en zeevruchten, pindanoten (pindakaas) en andere noten kunnen als allergeen beschouwd worden. Derhalve is het best deze voedingsmiddelen niet eerder dan de leeftijd van drie jaar te geven en zeker pas na een grondige checkup binnen de familie op familiale allergieën. Het is daarom ook best om bij vragen of twijfel de kinderarts hierop aan te spreken. U kunt uitgaan van een verhoogd risico als naaste familieleden aan zulke allergieën lijden.
Teken die wijzen op voedselallergie:
*) Uitslag
*) Opzwellen van het buikje al dan niet in combinatie met méér windjes
*) Diarree
Voor de meer ernstige vormen van voedselallergieën, die aanleiding geven tot ademnood: contacteer onmiddellijk een dokter! Indien u merkt dat het kind allergisch is voor een bepaald voedsel, geef dit dan niet meer totdat de zaken uitgeklaard zijn met een medische professional.
Tips om vast voedsel te introduceren:
De meeste ouders opteren voor het babyvoedsel in potjes dat je zo in de winkel kan aanschaffen. Ze komen immers in aangepaste, gemakkelijke potjes en de producenten moeten zéér strikte hygiënische voorschriften en veiligheidsregels navolgen tijdens de productie ervan. U kunt trouwens best babyvoedsel met toegevoegde suikers en vulmiddelen vermijden.
Indien u zinnens bent om zelf het voedsel te preparen, mengen en pureren, hou volgende regels in het achterhoofd:
*) Volg een zéér strikte hygiëne terwijl u het babyvoedsel produceert. Dit geldt zowel voor het benodigde keukengerei als de uiteindelijke containers die u voor opslag van de voeding zal gebruiken. Ook tijdens de bereiding dient u een complete handhygiëne na te streven, dus meermaals u handen met zeep en water wassen.
*) Probeer de voedingsstoffen zoveel mogelijk te bewaren, door kookmethodes te gebruiken die onder andere vitamines en mineralen zoveel mogelijk sparen. U kunt bijvoorbeeld opteren voor stomen en bakken van fruit en groenten in tegenstelling tot het koken ervan, omdat bij de laatste methode méér nutriënten met het kookvocht worden verwijderd.
*) Bevries de porties die u niet onmiddellijk nodig heeft.
*) Vermijd bepaalde groenten met een hoog gehalte aan nitraten. Dit zijn vooral: Andijvie, bleekselderij, postelein, raapstelen, waterkers, rode biet, snijbiet, sla, spinazie, spitskool, Chinese kool, koolrabi en venkel. Een te hoog nitraatgehalte in voedsel kan aanleiding geven tot bloedarmoede ( een tekort aan rode bloedlichamen in het bloed).
Of u nu babyvoeding koopt of het zelf maakt, onthou vooral dat de textuur en de consistentie ervan belangrijk is. Bij de start van het eten van vast voedsel, moeten baby’s enkel gepureerd enkelvoudig voedsel krijgen, zoals bijvoorbeeld appelmoes. Het is best om combinaties in de beginne achterwege te laten. Kies dus best voor louter appelmoes en laat het potje met peren/appelmoes even achterwege.
Nadat u verschillend enkelvoudige voedsel heeft uitgeprobeerd, kunt u beginnen met de eerste gepureerde mengsels. Vanaf de leeftijd van negen maanden kunt u beginnen met meer vaster voedsel met brokken. De fabrikanten hebben hiervoor een zéér doordachte opzet opgezet. U zult zien dat het voedsel in de babypotjes minder vloeibaar en méér vaster wordt, naarmate de babydoelgroep ouder wordt.
Indien u babyvoeding uit potjes gebruikt, voedt het kind dan vanuit een kommetje en niet rechtstreeks uit het potje. U vermijdt hierbij dat bacteriën uit de mond van het kind, het voedsel in het potje contamineert. Zeker indien u de rest wilt bewaren voor een later op de dag, in de koelkast natuurlijk. U kunt best geopende babyvoeding maximaal twee dagen bewaren.
Vanaf de zesde maand kunt u het kind introduceren aan sappen. Op hetzelfde moment kunt u ook de drinkbekers introduceren. Gebruik enkel 100% vruchtensap, géén afgeleiden, noch gesuikerde varianten. Geef géén vruchtensap in een fles met speen en beperk de hoeveelheid vruchtensap tot maximaal 120 ml per dag. Door teveel sap aan te bieden gaan het kind teveel caloriën binnenkrijgen, waardoor dit aanleiding kan geven tot overgewicht. Ook diarree kan een gevolg zijn van teveel vruchtensap.
Kinderen houden van fruit en bepaalde groentesoorten zoals wortelen. Introduceer ook andere groenten aan het kind. Het is immers de bedoeling om hun te aan een breed palet van voedingsmiddelen bloot te stellen. Als uw kind bepaalde voedingsmiddelen niet bepaald lekker vindt, probeer het dan op een later tijdstip opnieuw. Soms moet het kind meerdere keren aan bepaald voedsel geïntroduceerd worden, alvorens het de smaak ervan kan appreciëren.
|