|
Gedurende de eerste drie maanden na de geboorte, levert borstvoeding of flessenvoeding alle nutriënten die een baby nodig heeft om te groeien. Naarmate de baby fysisch en mentaal groeit, gaat ook het voedingsproces evolueren. Normaliter gaat een kind méér melk bij iedere voeding gaan consumeren, waardoor het vaak minder gevoed zal moeten worden en ’s nachts lager doorslaapt. Gedurende de eerste drie maanden en gedurende het eerste levensjaar, zijn er evenwel groeispurten, waarbij ook de appetijt van een baby verhoogd. Ga hierbij volledig af op basis van de behoeften van het kind en pas u hierop aan.
Het kind zelf zal in de loop der eerste weken ook alerter en communicatiever worden. Het ontwikkelt eveneens een glimlach, die gebaseerd is op sociale interactie tussen u en het kind tijdens het voeden.
Borstvoeding: Hoeveel en hoevaak?
Gedurende de eerste drie maanden, gaat het kind minder vaak eten en langer ’s nachts slapen. U kunt gerust zijn dat het kind genoeg eet als u merkt dat het:
*) Alert, tevreden en actief is.
*) Gewicht blijft winnen, groeit en zich ontwikkelt.
*) Ongeveer 6 tot 8 maal per dag eet.
*) Goed en geregeld luiers bevuilt.
Uw kind zal niet genoeg te eten krijgen als het niet echt tevreden en voldaan na een voeding lijkt. Ook als het na een voeding, blijft wenen, zeuren en over het algemeen geïrriteerd is.
Bevraag u dan onmiddellijk bij de huisarts of kinderarts, indien u dit opmerkt.
Onthou ook dat na een maand ongeveer, het kind minder luiers met kak gaat bevuilen dan ervoor. Wanneer het kind ongeveer twee maanden is, is het niet noodzakelijk dat het kind na een voeding een luier bevuilt of zelfs 24 uur geen uitwerpselen gaat produceren (opm: Urine wel natuurlijk). Als u merkt dat het kind langere tijd géén uitwerpselen meer heeft geproduceerd, ( zo ongeveer na twee, drie dagen) contacteer dan onmiddellijk een arts.
In de periodes dat het kind een groeispurt ondergaat, zult u zien dat het kind meer voedingen wenst. Het frequenter aanleggen, zorgt ervoor dat bij de mama méér melk wordt geproduceerd en dat vraag en aanbod snel op mekaar worden afgestemd.
Wanneer het kind louter borstvoeding krijgt, dient het extra vitamine D en K preparaten te krijgen. Bespreek dit best met uw kinderarts, die u hierbij verder met de nodige tips kan bijstaan.
Flessenvoeding: Hoeveel en hoevaak?
Flessenvoeding gaat trager verteren, zodanig dat de hiermee gevoedde baby , minder voedingen nodig heeft dan een baby met moedermelk. Naarmate een baby groeit, zal hij/zij ook méér voeding nuttigen en hierdoor ook méér tijd laten tussen de voedingen. Het kind zal dan ook langer slapen ’s nachts.
Tijdens de tweede levensmaand gaat een gemiddeld kind ongeveer 120 ml tot 150 ml voeding nuttigen. Op het einde van de derde levensmaand zal dit, gemiddeld gezien, gestegen zijn tot ongeveer 180 ml. Dit zijn evenwel algemene richtlijnen en iedere individuele baby kan hiervan afwijken. Indien u zich zorgen maakt, stel deze zo snel mogelijk aan uw kinderarts, die u hierbij zeker zal bijstaan.
Het is sowieso aangewezen om erop te letten of de signalen van uw baby met betrekking tot honger of het voldaan zijn. Een baby die genoeg heeft, zal vertragen met drinken, stoppen of zijn hoofd afwenden van de borst of fles.
Met betrekking tot flessenvoeding dient ook opgemerkt te worden dat het makkelijker is om een kind te overvoeden in vergelijking met borstvoeding. Dit is hierbij louter terug te brengen op het grotere gemak om voedsel tot zich te nemen. U kunt overvoeding beperken door zich ervan te vergewissen dat het gaatje in het speen de juiste grootte is voor die leeftijd. De melk zou uit het gaatje moeten druppelen, niet stromen. Nogmaals, let op de signalen van uw baby en pas u hierop aan. Kom niet in de verleiding om het kind de fles te laten ledigen, als het te kennen heeft gegeven genoeg te hebben gehad.
Enige bemerkingen bij ‘het teruggeven’.
Het is normaal dat een kind in kleine hoeveelheden teruggeeft tijdens het eten of tijdens burpen. Naarmate het kind ouder wordt gaat dit minder frequent voorkomen en tussen de leeftijd van zes tot tien maanden, zou dit fenomeen bijna volledig moeten verdwenen zijn.
Een kleine hoeveelheid (tot 30 ml) teruggeven, zou normaliter niet verontrustend moeten zijn, zolang het binnen het uur na voeden gebeurt en vooral dat het de baby niet hindert.
U kunt ‘teruggeven’ in de eerste maandjes beperken door:
*) Te voeden vooraleer de baby zéér grote honger heeft (en dan vaak gulziger tekeer gaat)
*) Het kind in een rechtere positie te houden tijdens het eten en tot een uur erna.
*) Het kind geregeld de mogelijkheid geven om te burpen tijdens het eten, waarbij u hem/haar best over de schouder legt en zachtjes op zijn/haar rugje klopt.
*) Te vermijden om het kind te overvoeden.
*) Te vermijden om met het kind te wiegen en te spelen net na de voeding.
Mocht u merken dat het kind grote hoeveelheden teruggeeft, geïrriteerd is na de voeding of gewicht verliest of niet genoeg bijkomt, contacteer dan asap uw kinderarts. Als u merkt dat het kind een koorts heeft, gedeshydrateerd overkomt en niet genoeg pampers natmaakt, bel de arts onmiddellijk voor een afspraak. Zeker bij kleine baby’s dient u beter een keer teveel te bellen, dan te weinig. De kinderarts is de professional die u met al uw vragen met raad en daad kan bijstaan.
|