|
Voor kinderen ,maar vooral tieners, is hun uiterlijk uitermate belangrijk en hun gewicht speelt er in hun ogen een grote rol in. Tijdens de puberteit veranderen de lichamen van de kinderen op een dramatische wijze. Daarnaast komt er een nieuwe sociale druk bij, met name het goed vallen bij het andere geslacht.
Er zijn evenwel een aantal kinderen en tieners die deze transitie niet goed doormaken en die van hun gewicht een obsessie maken, met grote gewichtsfluctuaties en mogelijke schade aan hun lichaam tot gevolg. Bij de meeste kinderen beginnen de eetstoornissen rond de leeftijd van 11 tot 13 jaar. Alhoewel prominenter bij meisjes, kunnen ook jongens ten prooi vallen aan eetstoornissen. Het grote gevaar ervan bestaat erin dat ze deze stoornissen zo goed kunnen verbergen van hun naaste familieleden.
Wat zijn nu eigenlijk eetstoornissen?
Algemeen gezien omhelzen eetstoornissen onzekerheid en negatieve zelfkritiek over hun (veranderend) lichaam in combinatie met een negatief eetpatroon dat, hierdoor gevoed, aanleiding geeft tot problemen met alledaagse activiteiten en een goede functie en groei van hun ontwikkelend tienerlichaam. Een persoon die leidt aan anorexia nervosa gaat zichzelf uithongeren om zo dun mogelijk te worden. Dit kan zelfs leiden tot een lichaamsgewicht dat 10-15% lager ligt dan datgene wat dokters als ideaal voor een bepaalde lichaamshoogte en leeftijd beschouwen. Bij nog extremere vormen van anorexia gaan kinderen ook overgeven uitlokken en laxeermiddelen gebruiken om hun gewicht verder omlaag te brengen.
Boulimie, een andere eetstoornis, wordt gekarakteriseerd door overmatige vreetbuien gevolgd door een groot schuldgevoel achteraf al dan niet in combinatie met het uitlokken van overgeven om het voedsel weer te verwijderen. Alhoewel bij een kind met boulimie een extreem laag lichaamsgewicht vaak niet wordt gezien, gaan er bij het kind ook lichaamsgewichtfluctuaties optreden, maar minder prominent en detecteerbaar zoals bij anorexia patiënten. Bij beide eetstoornissen krijgt men ook nog vaak een overdreven drang tot lichaamsbeweging om op die manier het lichaamsgewicht te controleren en eventueel verder omlaag te brengen. De combinatie van verminderde voedselinname met een overactieve levensstijl is zéér schadelijk, zeker voor een kind in volle ontwikkeling.
Voor kinderen of tieners die aan eetstoornissen leiden, is er een zéér groot verschil tussen hun eigen perceptie en hoe hun uiterlijk in realiteit door hun omgeving worden aanzien. Naarmate een anorexia patiënt magerder en magerder wordt, blijft de tiener geplaagd van een zelfbeeld dat als te ‘vet’ wordt beschouwd. Daarom moeten eetstoornissen niet enkel als een gedragsprobleem van het kind bekeken worden, maar ook als een medische aandoening die zondermeer professionele medische zorg en behandeling vergt.
Door wat worden eetstoornissen nu veroorzaakt?
Alhoewel de exacte oorzaak van eetstoornissen niet makkelijk bloot te leggen is, wordt de combinatie van psychische, genetische, sociale en familiale factoren vaak als dusdanig beschouwd.
Bepaalde sporttakken zoals turnen, ballet of sporttakken met gewichtsklassen gaan potentieel aanleiding geven tot eetstoornissen omdat er zoveel nadruk wordt gelegd op een zo mager mogelijke lichaamscompositie. Daarnaast is er ook de genetische aanleg. Personen met naasten die leiden aan eetstoornissen hebben ook een verhoogd risico er ten prooi aan te vallen. Ook psychische problemen kunnen aanleiding geven tot mogelijke eetstoornissen. Problemen thuis, al dan niet in combinatie met drugs en overdreven alcohol gebruik, kunnen het risico bij het kind sterk verhogen.
Onderzoek heeft aangetoond dat ook de media en het lichaamsbeeld (dun voor meisjes, gespierd voor jongens) erdoor verspreid tot een oorzaak van de verhoogde eetstoornisgevallen kan beschouwd worden. En het alarmerende ervan is dat dit bij een steeds jongere leeftijd optreedt. Bij 50% van de meisjes onder de twaalf jaar is er een gevoel dat ze magerder mogen zijn. Boven de twaalf jaar wordt deze indruk alleen maar groter. Alhoewel de meeste deze indruk uiteindelijk kunnen relativeren, gaat een klein gedeelte hierdoor ten prooi vallen aan anorexia of boulimie.
Maar steeds opnieuw komt een laag zelfvertrouwen en zelfbeeld op de proppen als hoofdaanleiding tot de ontwikkeling van een eetstoornis. De tiener wil immers controle uitoefenen op zijn lichaam en de eetstoornis bezorgt hem of haar net datgene.
De effecten van eetstoornissen.
De negatieve effecten van eetstoornissen situeren zich rond ernstige fysische gezondheidsproblemen in combinatie met een negatieve mentale ontwikkeling.
Een kind of tiener met anorexia of boulimie kan lijden aan ernstige dehydratatie van het lichaam en andere lichamelijke aandoeningen. In vergevorderde stadia kan het zowel de hersenen aantasten en symptomen zoals duizeligheid, bewusteloosheid, opwinding, verwarring, concentratiestoornissen en geheugehverlies induceren.
Anorexia gaat zondermeer de groei van het lichaam beïnvloeden waardoor botproblemen, achterstand of uitstel van puberteit, onregelmatige hartslag en bloeddrukproblemen kunnen en zullen ontstaan. Het overvloedig overgeven kan aanleiding geven tot ontstekingen in de slokdarm, stoornissen in het algemene spijsverteringsstelsel, bloeddrukproblemen en tanderosie.
Gedragsstoornissen, zoals sexuele uitspattingen, stelen, drugs en alcoholproblemen zijn meer gemeengoed bij tieners lijdend aan boulimie. De negatieve cyclus van overmatig eten en braken gaat ook aanleiding geven tot verhoogde impulsiviteit op alle vlakken bij het kind.
De waarschuwingssignalen van een nakende eetstoornis.
Het is zeker niet eenvoudig om als ouder het verschil te kunnen opmaken tussen normale zelfbeeldvragen en de signalen dat er een eetstoornis aan het ontstaan is. Het is immers normaal dat iedere tiener, vooral de meisjes, vroeg of laat zéér uiterlijk gericht is en zichzelf magerder zou willen zien en overweegt om te diëten. Maar deze overweging betekent niet noodzakelijk dat het kind naar een eetstoornis neigt. Bij kinderen met een eetstoornis zijn er prominente abnormale gedragingen in combinatie met fysische signalen.
Bij anorexia zijn deze factoren onder andere:
*) Een significant gewichtsverlies (tot 15-20% onder het normale gewicht voor die lichaamslengte en leeftijd)
*) Een permanent dieet (alhoewel de tiener op zich slank is)
*) Een (verkeerde) perceptie van ‘te dik zijn’, zelfs na een (onnodig) dieet
*) Overdreven vrees voor gewrichtstoename
*) Uitblijven van menstruatie bij post-puberale meisjes
*) Overdreven aandacht voor voedsel en dan vooral caloriën.
*) Overdreven (vr)eetbuien in combinatie met braken (moeilijk detecteerbaar!)
*) Neiging om liever alleen te eten (wordt er dan wel gegeten?)
*) Slapeloosheid
*) Slecht haar en nagels al dan niet in combinatie met een doffe blik
*) Neiging tot depressie en sociale terughoudendheid
Bij boulimie zijn de signalen:
*) Oncontroleerbare neiging tot eten (gevolgd door braken)
*) Normale voedingsperiodes gevolgd door periodes van strikte diëten en overvloedige lichaamsbeweging
*) Gebruik en/misbruik van laxeermiddelen om het gewicht te controleren of te verminderen
*) Rode vingertoppen door het geforceerd braken
*) Onregelmatige menstruatiecycli
*) Frequent gebruik van badkamer/WC na maaltijden (om te braken)
*) Depressie en gemoedswisselingen
*) Gezwollen kaken en klieren door het geforceerd braken
*) Tanderosie door het braken
*) Problemen met drugs, alcohol, misdaad en sexuele uitspattingen
Indien u vermoedt dat uw kind een eetstoornis heeft, dan moet u zondermeer met uw kind praten en onverwijld proberen overeen te komen medische hulp en assistentie te zoeken bij een arts.
Vermoedens van een eetstoornis
Het is normaal dat kinderen met een eetstoornis zéér defensief en kwaad reageren wanneer ze er door hun omgeving op gewezen worden. Het is voor hen moeilijk om toe te geven dat er een probleem is, als ze het al op die manier aanzien.
Een kind proberen te helpen dat voor zichzelf heeft uitgemaakt dat er géén probleem is, is uiterst moeilijk. Daarom dat professionele medische hulp via de arts essentieel is om een juiste diagnose en behandeling te stellen. Als ouders en grootouders is het belangrijk om de gestelde zorgen op een liefdevolle, ondersteunende en niet-beschuldigende wijze te uiten. Dit kan dan ook best gebeuren wanneer het kind zich comfortabel en gerust voelt op een moment waar er géén afleiding kan zijn.
De terechte zorgen kunnen best in een conversatie geuit worden, waarbij u er op moet letten deze vanuit uw perceptie te stellen en méér het ‘ik’ standpunt in te nemen, dan een ‘jij’standpunt in de dialoog aan te nemen. Zinnen als ‘ik maak me zorgen over dat je zoveel gewicht verloren hebt de laatste tijd’, ‘ik maak me zorgen over je gezondheid’ dringen beter tot het kind door dat meer beschuldigende zinnen als ‘jij hebt een eetstoornis’, ‘Waarom ben je constant bezig met caloriën, je bent toch goed zoals je bent’. U kunt in één adem dan ook voorstellen aan het kind om samen naar een dokter te gaan, zodat u zich beter voelt met uw bezorgde gemoedstoestand.
Indien het kind ondanks de indirecte aanpak toch hulp blijft weigeren of het probleem weigert onder ogen te zien en te erkennen, is het best om zelf met de dokter te gaan praten over de beste (professionele) aanpak.
De behandeling van eetstoornissen.
De focus van de behandeling is om kinderen hun abnormale eetgedragingen en zienswijze te laten erkennen van waaruit dan een vernieuwd en beter gedachtepatroon rond voedsel kan worden opgebouwd.
Behandeling gebeurt onder medische supervisie, voedingsadvies en therapie. De medici/psychologen/diëtisten proberen de perceptie van het kind over zijn lichaam, eetwijze en voedselinname te veranderen. Kinderen die zwaar ondervoed zijn, worden vaak gehospitaliseerd totdat hun lichamelijke toestand genormaliseerd is. In het ziekenhuis kan men ook betere supervisie en verbetering aanbrengen op de dagelijkse (eet) routine van het kind.
Het wordt algemeen aangenomen, dat hoe eerder men kan starten, hoe korter de behandeling hoeft te duren. Als een ouder of grootouder de eetstoornis kan detecteren alvorens er ondervoeding optreedt, kan de duur van de behandeling serieus ingekort worden. Ook de resultaten zijn dan vaak beter en blijvend. Jammer genoeg is de kans op herval bij eetstoornissen groot, zeker als men geen blijvende nazorg en aandacht aan de oorzaken geeft.
Hoe eetstoornissen vermijden?
De benadering rond voeding van de ouders en grootouders gaat een grote rol spelen in de ontwikkeling van gezonde gewoontes rond voedsel en voeding bij het kind.
Het zelfbeeld van de ouders en grootouders speelt ook een belangrijke rol. Indien u constant zegt dat u dik bent, klaagt bij lichaamsbeweging en zelf rare diëten eropna houdt, dan zal uw zoon en dochter ook aannemen dat dit een goede levenswijze voor hem/haar is.
Een liefdevolle benadering van uw kind en kleinkind naar zijn karakter, niet zozeer naar zijn uiterlijk kan een goede en stabiele uitvalbasis bieden waarop het kind zijn positief innerlijk zelfbeeld kan projecteren op zijn uiterlijk en waardoor de eetstoornis efficiënt kan vermeden worden, zelfs bij kinderen die de natuurlijke neiging hebben ietwat dikker te zijn. Jammer genoeg is de sociale druk bij deze kinderen om erbij te horen is veel groter dan bij hun magerdere leeftijdsgenoten. Ouders dienen dit te onderkennen en te proberen hun kind een positief zelfbeeld te geven door liefdevol steun te geven.
Het wordt door de ouders aangevoeld als dansen op een slappe koord wanneer ze een gezonde voedingswijze aan het kinderen willen opleggen, zonder ze ongewild richting een eetstoornis te duwen. Het beste dat u kunt doen is om het belang van hun gezondheid te benadrukken, zeker bij een kind met een wat hoger lichaamsgewicht. Laat daarnaast gewoon aan uw kind of kleinkind weten dat het goed is om te eten wanneer het hongerig is, maar dat het eveneens goed is om eten te weigeren wanneer het dat niet is. Maak lichaamsbeweging een constante in uw eigen leven en dat van uw kind. Goede en gezonde levenswijzen gaan ook overgaan op het kind, omdat het immers geconfronteerd wordt met een positief rolmodel via zijn ouders en grootouders. In zulke ‘voedingsbodem’ maken eetstoornissen minder tot géén kans. Zie ook onze pagina over 'Erfelijke Ziektes'.
|