|
Kinderen tussen 6 en 12 jaar hebben fysische activiteit nodig om kracht, coördinatie en (zelf)vertrouwen op te bouwen. Een actief leven op deze leeftijd vormt vaak de basis voor een gezonde levenswijze op latere leeftijd. Daarnaast gaan de kinderen ook meer en meer zelf hun activiteiten plannen en vooropstellen.
Daarom blijft het uitermate belangrijk om uw schoolgaand kind zoveel mogelijk kansen te geven om actief te zijn. Ook dient u het activiteitenaanbod zo divers mogelijk te houden, zondanig dat het kind een goede keus kan maken, gebaseerd op zijn persoonlijkheid, mogelijkheden, leeftijd en interessegebied(en). Praat er samen over en laat uw kind zelf kiezen wat het wil doen. Een dagelijkse dosis beweging wordt niet als een probleem beschouwd, zolang het plezant blijft.
Enige richtlijnen op deze leeftijd:
*) Op zijn minst 60 minuten gestructureerde fysische activiteit elke dag.
*) Spreid de activiteiten over de ganse dag in porties van 15-30 minuten.
*) Niet-activiteit(en) beperken tot maximaal twee uur, slapen uitgezonderd.
Beweging thuis
Veel ouders, grootouders en kinderen denken aan georganiseerde (team)sporten wanneer ze aan fitness of beweging denken. Alhoewel er veel voordelen zijn om uw kind in te schrijven bij deze team-sporten, gaan de twee of drie dagen activiteit per week in teamverband niet genoeg zijn om aan hun totale behoefte te voldoen. Daarnaast moeten ouders er ook niet vanuit gaan dat de lichamelijke opvoeding op school voldoende is voor het lichamelijke welzijn van hun kinderen. Ook thuis kunnen de kinderen een gezonde dosis beweging krijgen:
*) Bouw lichamelijke activiteit in hun dagelijkse routine. Variërend van boodschappen doen tot gezinswandelingen, er zijn genoeg mogelijkheden om uw gezin actief te houden.
*) Geef uw kinderen genoeg ruimte en tijd om vrij te kunnen spelen. Kinderen verbruiken veel energie en hebben veel plezier wanneer ze met hun eigen fantasie en speelgoed kunnen spelen. Tikkertje spelen, met de fiets rond de buurt rijden,… behoren allemaal tot uitstekende activiteiten, die het kind graag onderneemt.
*) Bied hen een hoop educatief speelgoed en sportsmateriaal aan. Het hoeft niet echt duur te zijn, maar een verzameling ballen kan al voldoende zijn om ze weer een ganse dag aan het ravotten te houden.
*) Probeer ook zoveel mogelijk betrokken te zijn in hun activiteiten. Het is gezond voor zowel ouders/grootouders als de kinderen om samen actief te zijn.
*) Limiteer de sedentaire tijd van het kind. Beperk dus zoveel mogelijke excessief tv-kijken en computerspelletjes.
Wanneer alle mogelijkheden thuis uitgeput zijn of niet ontoereikend, probeer dan te gaan naar de lokale speeltuinen of kinderboerderijen. Het kind houdt ervan en u zult versteld staan van hoeveel koppels met hun kinderen hetzelfde idee hebben. Deze familie-uitstapjes kunnen dan ook best een vast item worden binnen uw gezinsleven. Deze uitstapjes zijn een verzekerd succes op voorwaarde dat ieder binnen het gezin ervan kan genieten. Hou hier rekening mee.
Één van de grootste voorwaarden om uw kind actief te houden/krijgen is om zelf een positief rolmodel te zijn. Dit kunt u zijn door zelf op geregelde basis actief te zijn. Het kind ziet dit en neemt het over.
Beweging voor mijn (klein)kind.
Hou altijd rekening met de mogelijkheden en leeftijd van uw kind, zijn of haar interessegebieden wanneer u een nieuwe activiteit plant. Door lichamelijke activiteiten kan het kind leren om doelen voorop te stellen, uitdagingen aan te gaan, teamgeest krijgen en het heilige principe van ‘oefening baart kunst’ erkennen.
Tussen zes en acht jaar oud, scherpen de kinderen nog steeds hun basisvaardigheden zoals springen, gooien, stampen en vangen aan. Sommige kinderen houden ervan om dit in teamverband te doen, maar voor de jongere kinderen is het vaak interessanter om dit te doen buiten competitieverband om. Veel sportclubs starten dan ook vaak op deze manier met de jongste leden. Uw kind tijdens competitieverband aanmoedingen, toont uw voortdurende steun in zijn activiteiten. Hou het aanmoedigen ook sportief naar de tegenpartij, want dit toont het kind weer het sportieve karakter van zijn ouders/grootouders.
Tussen negen en twaal jaar zijn de kinderen hun vaardigheden aan het verfijnen, verbeteren en coördineren. Op deze leeftijd zult u merken dat het kind een eigen verbintenis aangaat met zijn of haar sport. U zult zien dat sommige kinderen afhaken en een andere activiteit zoeken, naarmate de competitiedruk groter wordt. Op zich is het geen probleem als uw kind afhaakt, maar u moet proberen een alternatief te vinden, dat hem/haar wel aanspreekt.
Als uw kind bijvoorbeeld niet houdt van voetbal, basketbal of andere teamsporten, probeer dan andere opties op te zoeken en uw kind zelf een activiteit uit te laten kiezen. Er zijn meer dan genoeg interessante sporten beschikbaar zoals gevechtssport, fietsen, tennis, skateboarden,… .
Indien u bekommerd bent om de activiteitsgraad van uw kind, praat er dan steeds over met uw huisarts. Meedoen met sporttakken is op zich ook niet zonder gevaar. Bepaalde blessures zijn verbonden aan bepaalde sporttakken. Praat erover met uw arts. Hij kan u de lichaamsbouw van uw kind goed- of afkeuren voor een bepaalde sporttak. Veel atletiekverenigingen staan er trouwens op, om het kind te laten onderzoeken door een arts, alvorens ze op te nemen in hun ledenlijst. Maak hier gebruik van en praat erover met uw arts. Een kind met een chronische aandoening of beperking dient niet noodzakelijk uitgesloten te blijven van activiteit, maar deze dient aangepast te worden aan de beperkingen van het kind. De huisarts is hier weeral de uitgelezen persoon om u daarin met advies bij te staan.
Ouders en grootouders hebben ook de verantwoordelijkheid om het kind beschermingsuitrusting aan te bieden om hun sport op een zo veilig mogelijke wijze uit te oefenen. Onder het hoofdstuk ‘veiligheid’ kunt u hier meer over leren.
Tot slot nog dit. Kinderen die van sport en oefening houden, gaan vaker hun hele leven lang actief (en vaker gezonder) blijven. Fit zijn zorgt voor een goede zelfverzekerdheid, houdt het gewicht onder controle en bestrijdt ziektes zoals hoge bloeddruk, diabetes en hartziekten. Als ouders en grootouders hebben we hierin een grote verantwoordelijkheid om het kind op de juiste weg te zetten.
|