|
De body-mass index (afgekort BMI) is een index die de verhouding tussen lengte en massa bij een persoon weergeeft. De BMI kan strikt genomen niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien individuele verschillen in lichaamsbouw niet worden meegewogen. (verhouding spier-, bot- en vetweefsel). Er moet echter worden opgemerkt dat dit in het dagelijks leven in de geneeskunde wel gebeurt, omdat het een algemene en ruime indicatie geeft over iemands gewichtstoestand. De BMI geldt eigenlijk voor personen ouder dan 20 jaar. Voor kinderen en tieners kan hij ook gebruikt worden, maar dan moeten aangepaste tabellen gebruikt worden en moet rekening gehouden worden met de groei van beide parameters, met een mogelijke grote fluctuatie van de BMI tijdens deze jaren.
Hoe komt men aan de BMI?
De waarde van de BMI-index is gelijk aan de massa van de persoon (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meter):
Interpretatie van de BMI
De BMI is oorspronkelijk opgezet om statistieken over groepen mensen te krijgen en niet om over- of ondergewicht van individuele mensen te bepalen. De exacte waardes van de index om iemand in een categorie in te delen variëren. De index doet namelijk geen uitspraak over het percentage vet in het lichaam van de persoon. Zwaar gespierde mensen (bodybuilders) kunnen dus in verhouding tot hun lengte een hoog gewicht hebben, maar worden over het algemeen niet als obees beschouwd. Het lichaamsgewicht alleen is dus geen goede indicator voor onder- of overgewicht. Er moet worden gecompenseerd voor lichaamsbouw. De BMI corrigeert alleen voor lichaamslengte maar dat is dan ook verreweg de belangrijkste factor.
Het bijzondere van de BMI is dat deze voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk uitvalt, voor biometrische getallen is dat zeldzaam. Daarnaast is deze index redelijk onafhankelijk van de leeftijd. Dit maakt het mogelijk voor alle volwassenen dezelfde richtlijnen te hanteren.
In het algemeen is een index van minder dan 18,5 ondergewicht. Dit kan aanduiden dat er sprake is van ondervoeding, een eetstoornis of een ander gezondheidsprobleem. Vanaf een index van 25 wordt gesproken van (licht) overgewicht. Boven een waarde van 30 is er sprake van ernstig overgewicht of obesitas, boven de 40 van morbide obesitas of ziekelijk overgewicht en boven de 50 van superobesitas. Bij een quetelet van boven de 40 en een leeftijd tussen de 18 en 65 jaar komt men in aanmerking voor een bariatrische chirurgische ingreep (een operatie om invloed uit te oefenen op het gewicht.
Volwassenen
Interpretatie van de queteletindex voor volwassenen: |
Index (kg/m2) |
Interpretatie |
minder dan 18 |
ondergewicht |
18 tot 25 |
normaal gewicht |
25 tot 27 |
licht overgewicht |
27 tot 30 |
matig overgewicht |
30 tot 40 |
ernstig overgewicht |
meer dan 40 |
ziekelijk overgewicht |
BMI voor de kinderjaren tot de tienerjaren (van 6 tot 16 jaar)
Ook voor kinderen is de BMI een snelle en gemakkelijke methode om overgewicht te bepalen. Maar daarvoor moeten wel aangepaste grenswaarden worden gebruikt. Tijdens de groeifase (tot en met 21 jaar) verandert namelijk de hoeveelheid vetweefsel. Bovendien is de BMI bij kinderen geslachtsafhankelijk: meisjes hebben gemiddeld een iets hogere BMI dan jongens. Tijdens de puberteit gaan ook grote fluctuaties in de BMI optreden doordat de kinderen een combinatie van gewichts- en lengtegroei doormaken.
BMI meisjes
Leeftijd |
Te licht |
Normaal |
Te zwaar |
Obesitas |
6 jaar |
<13,0 |
13,0-17,34 |
17,34-19,65 |
>19,95 |
7 jaar |
<13,0 |
13,0-17,75 |
17,75-20,51 |
>20,51 |
8 jaar |
<13,1 |
13,1-18,35 |
18,35-21,57 |
>21,57 |
9 jaar |
<13,3 |
13,3-19,07 |
19,07-22,81 |
>22,81 |
10 jaar |
<13,6 |
13,6-19,86 |
19,86-24,11 |
>24,11 |
11 jaar |
<13,9 |
13,9-20,74 |
20,74-25,42 |
>25,42 |
12 jaar |
<14,4 |
14,4-21,68 |
21,68-26,67 |
>26,67 |
13 jaar |
<15,0 |
15,0-22,58 |
22,58-27,76 |
>27,76 |
14 jaar |
<15,6 |
15,6-23,34 |
23,34-28,57 |
>28,57 |
15 jaar |
<16,1 |
16,1-23,94 |
23,94-29,11 |
>29,11 |
16 jaar |
<16,6 |
16,6-24,37 |
24,37-29,43 |
>29,43 |
BMI jongens
Leeftijd |
Te licht |
Normaal |
Te zwaar |
Obesitas |
6 jaar |
<13,1 |
13,1-17,55 |
17,55-19,78 |
>19,78 |
7 jaar |
<13,1 |
13,1-17,92 |
17,92-20,63 |
>20,63 |
8 jaar |
<13,3 |
13,3-18,44 |
18,44-21,60 |
>21,60 |
9 jaar |
<13,5 |
13,5-19,10 |
19,10-22,77 |
>22,77 |
10 jaar |
<13,7 |
13,7-19,84 |
19,84-24,00 |
>24,00 |
11 jaar |
<14,0 |
14,0-20,55 |
20,55-25,10 |
>25,10 |
12 jaar |
<14,4 |
14,4-21,22 |
21,22-26,02 |
>26,02 |
13 jaar |
<14,8 |
14,8-21,91 |
21,91-26,84 |
>26,84 |
14 jaar |
<15,3 |
15,3-22,62 |
22,62-27,63 |
>27,63 |
15 jaar |
<15,8 |
15,8-23,29 |
23,29-28,30 |
>28,30 |
16 jaar |
<16,3 |
16,3-23,90 |
23,90-28,88 |
>28,88 |
Alternatieven
Een meting van het vetpercentage is een betere aanduiding voor gezondheidsrisico's maar behalve dat de meting moeilijker uit te voeren is zullen ook de richtlijnen en adviezen steeds moeten worden uitgesplitst naar sekse en leeftijd. Nog een andere, simpele, indicator is de taille-omtrek. Een taille-omtrek minder dan 80 cm bij vrouwen of minder dan 94 cm bij mannen past bij een normaal gewicht.
Nut voor ouders
De BMI gaat u en uw kinderen een goede indicatie geven over hun lichamelijke toestand. Bij zeer hoge BMI kunt u best contact opnemen met uw huisarts die u wellicht zal verwijzen naar een diëtist. Let wel, in de puberteit zijn grote fluctuaties mogelijk, waardoor de BMI eigenlijk onder de 20 jaar als maatstaf voor zwaarlijvigheid afgeraden wordt. Voor meer informatie over gezonde voeding verwijzen we verder naar onze pagina's over voeding (en fitheid).
|