Ieder ouder en grootouder kijkt uit naar het moment dat een kind voor de eerste maal op eigen initiatief zijn potje opzoekt om zijn behoefte te doen. Vraag die vele ouders en grootouders zich stellen is : ‘Is mijn kind er al klaar voor?’
Veel ouders zijn dan ook onzeker wanneer ze met potjestraining moeten beginnen. In feite komt het erop neer dat het kind controle heeft/krijgt over zijn blaas en darmen en, in tegenstelling tot vroeger, zijn behoefte op het potje doet in plaats van in een luier.
De leeftijd waarop ze er klaar voor zijn, varieert voor ieder kind, dus het is van belang om uiterlijke tekenen in de gaten te houden. Wanneer het kind bijvoorbeeld even inactief wordt en/of zijn luier betast, kunt u ervan uitgaan dat ze zich op dat moment bewust zijn van de ‘activiteit’ in de luier. De meeste kinderen vertonen deze tekenen zo rond de leeftijd van anderhalf jaar tot twee jaar, maar er zijn sommigen die vroeger of later zijn. Jongens beginnen vaak vroeger, maar hebben wel meer moeite om het potje te leren gebruiken dan meisjes.
In plaats van naar de leeftijd te kijken, kunt u beter kijken naar volgende tekenen, die u indirect aantonen dat het kind klaar is voor potjestraining:
*) Het kind kan een behoefte uitdrukken.
*) De luier blijft langer dan twee uur droog.
*) Kan naar het potje gaan, zijn broekje/luier aftrekken en op het potje gaan zitten.
*) Verstaat begrippen rond toilet of potje.
Juiste tijdstip om ermee te beginnen?
Er is niet echt slechte momenten om ermee te beginnen, maar vermijd wel stressvolle en moeilijke momenten (Op vakantie, direct na de geboorte van een andere baby, verandering van de wieg naar een kinderbed, tijdens een verhuis,ziekte,…). Hou hiermee rekening als u potjestraining plant. Tijdens zo’n momenten kunt u het beter uitstellen, totdat de omgeving of situatie verbeterd is.
Hoe lang duurt het?
Het proces op zich zal niet over één nacht ijs verlopen. Normaliter duurt het toch een drie tot zes maanden, afhankelijk van kind tot kind. Alhoewel sommigen het proces overdag en ’s nachts tegelijkertijd kunnen aanleren, mag u toch rekenen op een half jaar tot een jaar alvorens ze ook ’s nachts droog blijven.
Welk type potje?
Er zijn natuurlijk ettelijke keuzes, vormen en kleuren, maar in feite kan het tot twee types worden herleid:
1) Een potje dat alleen staat en waarvan de inhoud in het toilet moet gekieperd worden.
2) Een soort zitje dat u bovenop de toiletopening plaatst, waarbij en waardoor het kind zich zekerder voelt en geen schrik krijgt dat ie erin zou kunnen vallen.
Het is duidelijk dat het tweede type minder toegankelijk is voor het kind, waardoor u verplicht bent om nog een opstapje te kopen. Bij het eerste type is dit niet het geval.
Koop verschillende potjes, die u in het huis kunt plaats en al zeker op de toiletten en in de badkamer. U kunt er ook één in de auto bewaren, mocht het kind onderweg zijn behoefte willen doen. U moet tijdens een lange rit immers iedere één à twee uur stoppen, zodat het kind zijn behoefte kan doen. Het is dan ook niet evident als u op zo’n moment nog een geschikt toilet moet zoeken. Met een extra potje in de auto heeft u dit probleem niet en kan het kind makkelijk, op een parking zijn behoefte doen.
Trainingbroekjes?
De meeste mensen denken dat het grotere luiers zijn en dat ze het kind het gevoel geven dat het toch in zijn broek mag doen, zodanig dat het potjestraining proces wordt vertraagd.
U moet evenwel niet vergeten dat de kinderen ’s nachts minder controle hebben over hun blaas en darmen, dus is het zeker niet verkeerd om deze broekjes ’s nachts te gebruiken. Indien u merkt dat het kind enkele dagen droog blijft ’s nachts, kunt u overwegen om over te schakelen op een gewoon onderbroekje.
Vraag raad aan uw arts, indien u twijfelt of het voor uw kind voordelig kan zijn om ze als tussenstap te gebruiken.
Vaak voorkomende problemen.
Het is niet abnormaal dat een kind dat voordien netjes op het potje ging, opeens tijdens stress-situaties ‘ongelukjes’ krijgt. Bijvoorbeeld op het moment dat een broertje of zusje tevoorschijn komt.
Indien het kind voordien goed op het potje ging en opeens problemen krijgt, praat er dan over met uw arts om zeker bepaalde lichamelijke problemen te kunnen laten detecteren. Denken we aan diarree, obstipatie, urineweg-infectie, diabetes,…
Indien het kind reeds drie jaar is en nog altijd niet zindelijk is, moet u dit ook opnemen met uw arts. Deze kan evalueren en een eventuele diagnose stellen, zodanig dat u met zijn advies de potjestraining beter kunt laten verlopen.
Tips voor zindelijkheidstraining.
Zelfs voordat uw kind er klaar voor is kunt u volgende stappen reeds ondernemen om het proces op een later tijdstip vlotter te laten verlopen:
*) Maak een link tussen het gedrag van uw kind en zijn stoelgang of urine. ‘Ben je ‘kaka’ aan het doen?’ Op deze manier leert het kind associaties te maken tussen hoe ie zich gedraagt en wat er in zijn luiertje gebeurt.
*) Vraag aan uw kind om u te zeggen wanneer de luier ‘nat’ of ‘vuil’ is.
*) Gebruik het potje om het kind eerst gewoon op te laten zitten. Eerst met de kleren aan, dan met enkel de luier om en tenslotte, als ie er klaar voor is, met zijn blote poep.
*) Gebruik woordomschrijvingen om het hele toiletproces te omschrijven. (kaka, pipi,etc,…)
Indien u ervan overtuigd ben dat uw kind er klaar voor is, kunt u volgende zaken ondernemen:
*) Laat uw kind zien hoe uzelf het toilet gebruikt en vertel wat u bezig bent. Het kind leert het meeste door het naäpen van zijn ouders. U kunt het kind ook op zijn potje zetten, terwijl iemand van het gezin toont hoe het toilet gebruikt wordt.
*) Kies een juist moment en voldoende tijd (bijvoorbeeld een weekend) om het kind zindelijkheidstraining te geven.
*) Zorg voor een routine. U kunt bijvoorbeeld ’s morgens automatisch het kind op het potje zetten, wanneer het wakker wordt met een droger pamper.
*) Verwijder stoelgang uit de pamper en deponeer het in het potje. Vertel het kind dan dat zijn stoelgang in het potje thuishoort.
*) Laat uw kind binnen een tijdsspanne van een kwartier tot een halfuur na de maaltijden op het potje zitten. Het menselijk lichaam heeft meestal rond dit tijdstip de neiging om zich te ontlasten.
*) Zorg dat de kleding van het kind gepast is om zindelijkheidstraining te geven. Dus best eenvoudig los te maken kleding. Op deze manier kunnen ze zichzelf ontkleden vooraleer op het potje te gaan.
*) Forceer het kind NOOIT om op het potje te gaan!
*) Bij de jongens kunt u het rechtopstaand leren urineren vergemakkelijken door een doelwit in het potje te leggen, waarop ie kan mikken. Sommige ouders gebruiken hiervoor een ontbijtgraantje of iets dergelijks.
*) Geef uw kind wat tijd overdag om zonder luier rond te lopen (indien u dit wenst). Indien hij of zij urineert zonder luier, zal het kind wellicht meer ‘aanvoelen’ wat er gebeurt en een beetje ongemak ervan voelen. Zorg wel dat uw vloer ertegen bestand is en hou het potje zéér nabij.
*) Geef het kind een beloning (stickers,…) elke keer als ie goed naar het potje gaat. Om het verloop ervan in de gaten te houden, kunt u ergens data noteren.
*) Zorg dat alle zorgverleners (kinderopvang,leerkrachten,..) en familie van het proces op de hoogte is en dezelfde structuur en routine aanhouden. Vertel hoe u het aanpakt en zorg dat ze dezelfde methode toepassen, zodanig dat het kind niet verward kan geraken.
Prijs uw kind als het probeert zelf naar het toilet of potje te gaan. Accidentje gebeuren, maar let erop om niet te fel hierop te focuseren. Straffen omwille van een accidentje is helemaal uit den boze! Ook teleurstelling mag u niet tonen aan het kind wanneer het (weer) een keer niet gelukt is. Stel het kind gerust en laat hem of haar goed blijken dat ie op weg is naar een goed gebruik van het toilet, net zoals een groot kindje.
Laat u vooral niet onder druk zitten in dit hele proces. Ieder kind is verschillend en het is het kind dat de snelheid ervan bepaalt. Vroeger mocht men er bijvoorbeeld veel sneller mee begonnen zijn, maar de duur ervan was wellicht veel langer. Beter nog drie maand wachten totdat het kind klaar is en de zindelijkheid binnen drie maanden achter de rug te hebben, dan drie maanden te vroeg te beginnen en dan nog eens half jaar zindelijkheidstraining in het verschiet hebben. Het kind en vooral zijn lichaamstaal laat u wel weten wanneer ie er klaar voor is. Zie ook onze pagina over 'bedplassen' en 'Regelmaat, rust en reinheid'.
|