Header image  
Rivaliteit tussen verwanten  
line decor
 
line decor
   
 
Rivaliteit tussen verwanten

 

Rivaliteit is een normaal gegeven wanneer een kind opeens een broertje of zusje bijkrijgt. Soms worden ze vanaf dag één de beste maatjes, maar in heel veel gevallen is er dus echt spraken van rivaliteit tot zelfs agressiviteit. Dit begint vaak vooraleer het nieuwe broertje of zusje geboren wordt en dit zet zich voort naar tot een competitie op alle vlakken gaande van speelgoed tot aandacht van de ouders of grootouders.

Het is ook zo dat naarmate de kinderen hun verschillende ontwikkelingsfases doorlopen dat een rivaliteit opeens kan opflakkeren, terwijl die voordien (totaal) niet bestond. Als ouders of grootouders is het enorm pijnlijk om de kinderen met mekaar te zien ruziën. Deze conflicten zijn belastend voor alle partijen en zeker voor de ouders. Het is moeilijk in te schatten hoe de ruzie is ontstaan en hoe deze opgelost en vermeden kan worden, zonder partieel of vooringenomen te worden. De meeste kinderen zijn meesterlijk in het manipuleren van hun ouders en het wordt dan nog moeilijk juist in te schatten wie de oorzaak was en wie wat meer begeleid moet worden.

 

Waarom ruziën of vechten verwanten?

Er zijn hier veel oorzaken voor. De meeste broertjes of zusjes vechten omwille van één of andere vorm van jaloezie, dat kan afglijden tot schelden en tieren. Soms vervalt de jaloezie tot ordinair vechten en de oorzaken hiervoor zijn:

*) De ouders en grootouders als rolmodel: De manier waarop ouders en grootouders omgaan met conflicten, gaat een sterk of zwak voorbeeld stellen voor de kinderen. Gebeurt de conflictoplossing op een constructieve, respectvolle en non-agressieve wijze, dan zien kinderen dit en gaan ze dit ook vroeg of laat toepassen. Wanneer ze evenwel het slechte voorbeeld krijgen, zoals roepen, tieren,…, dan gaat dit gedrag verder gegeven worden.

*) De individuele temperamenten: Ieder individu is anders. Dit geldt ook voor kinderen. Sommige hebben last van stemmingswisselingen, zijn nukkig, zijn heel blij en positief,… Combinaties van tegengestelde karakters geven gemakkelijk aanleiding tot conflicten. Sommige kinderen zijn bijvoorbeeld heel aanhankelijk aan hun ouders. De andere verwanten zien dit en gaan ‘vechten’ om dezelfde aandacht. 

*) Evoluerende behoeftes: De meeste kleuters zijn bijvoorbeeld enorm beschermend voor hun bezit (speelgoed,knuffels,…). Als dan een kleiner broertje of zusje dat speelgoed oppikt, ontstaan er fricties. Het kind gaat op zijn manier, net zoals op school, gaande van een licht agressieve tot agressieve wijze het speelgoed terug afnemen. Op hun leeftijd zijn de kinderen enorm bezig met het concept van eerlijkheid en rechtvaardigheid. Ze begrijpen evenwel niet dat jongere kinderen omwille van hun lagere ontwikkelingsfase op een andere manier behandeld worden dan zijzelf. Zij aanzien het dan ook als een vorm van voorkeursbehandeling.  Bij tieners ontstaat frictie omdat deze op zoek zijn naar een grote vorm van individualisme en onafhankelijkheid. Het moeten letten op jongere kinderen kunnen ze vanuit die context als een zware last zien, met fricties tot gevolg. Elk van deze vernoemde zaken kan de manier waarop en hoe erg problemen ontstaan.

*) Zieke kinderen of gehandicapte kinderen:Zieke kinderen gaan meer aandacht vereisen van hun ouders. Ook bij gehandicapte kinderen is dit een volstrekt normaal gegeven. De andere kinderen zien dit en gaan op hun beurt ook meer aandacht eisen.

Een gevecht! En wat nu?

Deze situatie is voor niemand binnen het gezin plezant. Geweld kan evenwel niet getolereerd worden binnenhuis (noch buitenshuis). Probeer zo goed en kwaad mogelijk om niet betrokken te geraken. Enkel in geval van gevaar voor lichamelijke kwetsuren, moet u tussenkomen! Indien u altijd ingrijpt, gaat u zelf problemen veroorzaken. Kinderen verwachten dat u tussenkomt en gaan op die manier niet leren om hun conflict zelf op te lossen. Er is dan ook een risico dat één kind een beetje meer wordt afgeschermd ten opzichte van het andere en dit gaat de weerzin van het ene voor het andere alleen maar vergroten. Het beschermde kind gaat het zo aanvoelen dat het meer mag dan de andere en het gevaar bestaat dat hij/zij dit gaat uitbuiten.

Indien u merkt dat er heel wat vloeken en tieren gebeurt, moet u proberen de kinderen te stimuleren om de juiste en geschikte woorden te gebruiken om uit hun conflict te geraken. Dit is verschillend ten opzichte van tussenkomen, omdat u de kinderen de juiste tools aanbiedt om zelf het conflict op te lossen en dit op een geschikte en correcte wijze.

 

Wanneer u onverhoopt toch moet ingrijpen, pas dan volgende toe:

Haal de kinderen uit elkaar tot ze kalm zijn. Wanneer ze even uit mekaar zijn, kan dit voldoende tijd geven om de gemoederen te doen kalmeren. Wanneer de emoties bedaard zijn, kunt ze terug bij elkaar brengen en ze onder mekaar het probleem te laten oplossen. Het doel dat u beoogd is dat ze beiden vanuit de oplossing een soort van win/win situatie zien. Wanneer het gevecht gaat over een stuk speelgoed, probeer hen dan zo te stimuleren dat ze een gemeenschappelijk speelgoed kiezen waar ze bijvoorbeeld samen tegelijkertijd mee kunnen spelen (Gezelschapsspel,…). Op deze manier gaan ze leren om op een respectvolle manier rekening te houden met hun eigen waardes en die van hun ‘tegenpartij’. Als er dan een oplossing uit de bus komt, waar ze beide mee kunnen leven, hebben ze de belangrijke begrippen van onderhandelen en ‘compromis sluiten’ geleerd.

Hoe kunt u de kinderen goed met elkaar leren omgaan.

*) Stel de huisregels goed op, inclusief de regels voor aanvaardbaar gedrag. Dus geen vloeken, tieren, het slaan met deuren,…
*)  Vraag ook aan uw kinderen wat wel en niet mag en betrek hen bij het opstellen van dde consequenties van fout gedrag
*) Licht uw kinderen goed in dat ongelijkheid bestaat en dat deze gefundeerd is op een verschil in ontwikkelingsfase. Kleine baby’s begrijpen bepaalde zaken niet, terwijl kleuters dit wel al kunnen. Benadruk dit bij uw kinderen, zodat ze dit na een tijdje zelf ook inzien.
*) Wees proactief met uw kinderen en probeer voor ieder wat wils te doen. Het ene kind wordt bijvoorbeeld graag voorgelezen, terwijl een ander graag gaat wandelen. Onderneem zulke activiteiten met alle kinderen, zodat er voldaan wordt aan hun interesses, maar ook dat ze gezamenlijk tijd doorbrengen met hun verwanten en hun ouders/grootouders.
*) Zorg dat ieder kind ook zijn eigen tijd en privacy heeft, om zijn eigen ding te kunnen doen, zonder ‘gestoord’ te worden door broertjes of zusjes.
*) Spendeer veel tijd samen als een gezin. Op die manier leren ze op een positieve wijze omgaan met hun verwanten en dit in een serene fijne sfeer. De activiteiten die u kunt ondernemen variëren van samen een (kinder)film bekijken, gezelschapsspellen spelen, … .
*) Als u merkt, bij schoolgaande kinderen, dat er veelvuldig wordt ‘gevochten’, kunt u best een wekelijkse bespreking houden met het gehele gezin om de situatie te bespreken. Op die manier kan er goed opgevolgd worden wat er fout gaat en hoeveel keer het de afgelopen week fout is gegaan. Rond de tafel kunnen dan de verschillende conflictsituaties besproken en opgelost worden. Ook kan men dan doelstellingen stellen voor de komende week. Bespreek ook de consequenties van foutief gedrag, bijvoorbeeld het gebruik van de timeouts.

Wanneer is er professionele hulp nodig?

Bij sommige gezinnen is de situatie zo scheefgegroeid dat dit ieder binnen het gezin zowel emotioneel of zelf fysiek schade toebrengt. Er is professionele hulp nodig indien:

*) Er problemen tussen de ouders ten gevolge van de conflicten ontstaan.
*) Er mogelijke schade aan het zelfbeeld ontstaat bij één of ander kind.
*) Er fysiek gevaar voor letsels is.
*) Er sprake is van depressie

Ga in geval van bovenvermelde zaken, langs bij uw huisarts die de betrokken partijen zal doorverwijzen naar een psycholoog of andere professionele hulpverlener. Lees ook onze pagina over 'Ruzie tussen verwanten'.