Header image  
Positief stimuleren en opvoeden: Peuterpuberteit  
line decor
 
line decor
   
 

Peuterpuberteit

 

 

 

Men spreekt over peuterpuberteit vanaf de leeftijd van 18 maanden tot ongeveer de kleutertijd. Het kind ontdekt dat het een eigen persoontje is en gaat na hoe de wereld in mekaar steekt. Daarnaast gaat hij/zij proberen vat te krijgen over de wereld en aldus ook de grenzen aftasten. De peuterpuberteit is niet wezenlijk verschillend van de gewone puberteit, op het feit na dat een kind van anderhalf jaar nog tot weinig zelf instaat is. Hij/zij heeft als het ware een pak beperkingen, die sowieso al grenzen opleggen aan zijn of haar kunnen. Dit geeft al in de eerste plaats wat frustraties en angst, maar in de tweede plaats kan het ook aanleiding geven tot de gekende driftbuien/stemmingswisselingen.

Tijdens zo’n driftbui gaat het kind fel huilen en zich zeer onredelijk gedragen. Het gedrag kan variëren van schreeuwen tot gillen, stampen, ja zelfs kopstoten tegen een muur. De manier waarop zo’n driftbui zich openbaart is verschillend, maar toch zijn er een aantal herkenningspunten: verstijven, zichzelf op de grond laten vallen, schreeuwen, gillen, huilen, duwen en trekken, stampen, slaan, schoppen, met iets gooien, jammeren of wegrennen. De duur van zo’n driftbui is meestal beperkt tot een vijftal minuutjes.

Het is moeilijk te begrijpen wat er in het hoofdje van een driftbui-kindje doorgaat, vandaar dat het voor de ouders vaak zeer frustrerend is. Men wil hem/haar graag helpen, maar iedere hulp lijkt de driftbui nog te verergeren. Op de eerste plaats moet men als ouder en grootouder beseffen dat men er niet aan kan doen dat een kindje een driftbui krijgt. Het krijgen van driftbuien op deze (jonge) leeftijd is zelfs volstrekt normaal. Waar men als ouders en grootouders wel vat over heeft, is de manier waarop men met de driftbui omgaat.

 

De allerbeste manier om met negatief gedrag om te gaan, is om de driftbui te negeren. Negatieve aandacht vanwege de ouders (straffen, kijven,…) zal immers alleen maar het negatieve gedrag versterken. et gedrag te negeren. Probeer eerder volgende handelingen:

*) Afleiding: Zoek iets om het kind af te leiden en probeer zijn/haar interesse hierop te vestigen.
*) Let op uw eigen lichaamstaal: Als iets niet mag, moet u dit ook goed uitstralen wanneer u dit zegt. U bezorgt het kind verwarring indien u dit niet daadkrachtig zegt.
*) Positief gedrag stimuleren
*) Bij goed gedrag geeft u een beloning, bij negatief gedrag negeert u het kind
*) Laat het kind zoveel mogelijk zelf doen en prijs hem/haar indien dit kan. U geeft hem/haar hierdoor zelfvertrouwen.
*) Consequent zijn: De regels moeten duidelijk zijn en u dient deze correct te handhaven. De grenzen zijn vastgelegd en mogen nooit veranderd worden. Als uw kind de grenzen overschrijdt op een moment dat u zich zou kunnen schamen, reageer dan op dezelfde wijze als wanneer u bijvoorbeeld thuis zou zijn. Doet u dit niet, dan weet het kind dit zeer snel en zal u dit meermaals meemaken op ‘ongewenste’ (lees publieke) momenten.
*) Bespreek het gedrag met uw kind: Op het moment zelf negeert u best de driftbuien, maar erna kunt u dit gedrag zeer zeker bespreken met het kind. Het moet hem/haar duidelijk gemaakt worden dat dit ongewenst gedrag is en dat u dit niet leuk vond! Probeer ook te achterhalen wat de oorzaak was, maar dit kan niet altijd duidelijk zijn.
*) Bij felle driftbuien kunt u opteren voor time-outs. Lees hiervoor onze pagina hierover.
*) Zorg voor dezelfde routine altijd en overal. Het kind voelt zich hierdoor veilig en geborgen. Met een vast schema weet het kind wat het kan en mag verwachten. Het vertrouwd karakter hiervan werkt zeer geruststellend.

Lees ook onze pagina over 'Peutereetgewoontes'.