Dyscalculie is een aangeboren, erfelijke stoornis met een neurologische achtergrond. Het heeft dus niets met een gebrek aan intelligentie, motivatie of concentratie te maken. Het woord dyscalculie komt uit het Grieks en betekent letterlijk niet goed kunnen rekenen.
In vergelijking met de andere leerstoornis, dyslexie, staat dyscalculie minder in de kijker, maar is voor het kind eveneens een serieus probleem voor zijn ontwikkeling. Bij dyscalculie spreekt men van een complexe rekenstoornis waarbij het kind moeite heeft met het leren van basisvaardigheden voor rekenen en oa volgende problemen zich stellen:
* Het aanleren en correct toepassen van rekenprocedures, ook na herhaalde uitleg
* Het aanleren van de betekenis en notatie van getallen en hoeveelheden
* Problemen met ruimtelijke oriëntatie en later problemen met meetkunde
* Veel fouten in de uitvoering van rekenprocedures
* Moeite met de logische volgorde van de stappen die bij complexe berekeningen horen.
Oorzaak
Er is nog weinig bekend over de oorzaak van dyscalculie. Sommige vormen van dyscalculie lijken erfelijk. Ook het korte termijngeheugen zou een rol spelen. Meestal kunnen de kinderen met extra begeleiding en andere methodes hun rekenproblemen oplossen. De school en leerkrachten spelen hierin een sleutelrol.
Diagnose en behandeling:
Dyscalculie is niet eenvoudig te detecteren. Meestal is er een indirect bewijs, wanneer het kind wel goede resultaten behaalt in bepaalde vakken, maar bij rekenen/wiskunde slechter presteert, zelfs na extra begeleiding.
Het visualiseren van een berekening kan een kind helpen om zijn berekeningen te verbeteren. Bij begeleiding laat men het kind zijn rekensommen luidop maken, zodanig dat de leerkracht kan horen waar en wanneer de fouten optreden en hoe het kind zijn rekensommen uitwerkt. Op die manier kan er dan een gepaste oplossingmethodiek worden aangereikt om het kind verder te helpen en zijn problemen te verminderen.
Thuis kunnen ouders en grootouders hun (klein)kind helpen met thuisbegeleiding. Men kan het inzicht van het kind verhogen door extra oefeningen op getallen, hoeveelheden en ruimtelijk inzicht. Toch moeten we als ouders en grootouders hierin niet overdrijven, omdat het kind dan een afkeer van rekenen zou kunnen krijgen. Men kan best de thuisbegeleiding afstemmen op de extra begeleiding, die het kind reeds krijgt op school. Praat erover met de leerkracht van uw kind of het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en stem de thuishulp erop af.
|