De spraakontwikkeling varieert van kind tot kind. Er is evenwel altijd sprake van een natuurlijke progressie bij het verwerven van deze vaardigheid. In het volgende overzicht kunt u de verschillende periodes overlopen en verifiëren met de vooruitgang van uw eigen (klein)kind. Let wel, ieder kind ontwikkelt zich op zijn tempo en het kan goed zijn dat bepaalde vaardigheden, zoals opgesomd hieronder nog niet aanwezig zijn bij uw (klein)kind, maar dat hoeft géén reden tot ongerustheid te zijn. Indien u vragen heeft, bespreek dit gewoon met uw huisarts of kinderarts. Deze mensen kunnen u zondermeer geruststellen of indien nodig professioneel hulpadvies geven.
In het hieronder weergegeven overzicht kunt u in een handomdraai zien wat en wanneer een kind bepaalde taalvaardigheden normaliter verworven heeft.
1) Van geboorte tot vijf maanden:
*) Reageert op luide geluiden
*) Draait het hoofdje naar een geluidsbron
*) Kijkt naar je gezicht wanneer je praat
*) Kan plezierige en verdrietige geluiden maken (lachen, giechelen, wenen,…)
*) Maakt geluid wanneer ertegen gesproken wordt
2) Van vijf maanden tot twaalf maanden
*) Brabbelt ( ‘ba-ba-ba’ of ‘ma-ma-ma’)
*) Probeert te communiceren via gebaren en acties
*) Probeert uw geluiden te herhalen
3) Van één jaar tot zeventien maanden
*) Kan aandacht schenken aan een boek of speelgoed voor een goede twee minuten
*) Geeft een non-verbaal antwoord op simpele vragen
*) Wijst naar voorwerpen, foto’s en familie
*) Zegt twee tot drie worden om een persoon of voorwerp te beschrijven (waarbij
de uitspraak nog niet volledig duidelijk is)
*) Probeert simpele woorden te herhalen
4) Van achttien tot drieëntwintig maanden
*) Kan simpele lichaamsdelen aanwijzen, zoals de neus
*) Spreekt acht tot tien woorden (uitspraak kan nog niet volledig duidelijk zijn)
*) Kan gewoon voedsel bij naam noemen
*) Kan dierengeluiden reproduceren (‘moo’ van koe)
*) Verstaat simpele werkwoorden als ‘eten’ en ‘slapen’
*) Kan de meeste klinkers uitspreken en de medeklinkers ‘n’,’m’,’p’ en ‘h’, zeker bij korte
woorden.
*) Begint woorden te combineren zoals ‘meer melk’
*) Begint bijvoeglijke naamwoorden zoals ‘mijn’ te gebruiken
5) Van twee tot drie jaar
*) Op vierentwintig maanden heeft het kind een woordenschat van ongeveer 50 woorden
*) Begint ruimtelijke begrippen zoals ‘in’ en ‘op’ te verstaan en gebruiken
*) Begint voornaamwoorden als ‘jij’, ‘mij’ en ‘haar’ te verstaan
*) Kan op vierentwintig maanden ongeveer veertig woorden zeggen
*) De spraakzin begint duidelijker te worden, maar laat nog steeds de eindklanken vallen.
Vreemden nog steeds moeite om te verstaan wat het kind zegt.
*) Begint te antwoorden op simpele vragen
*) Praat in zinnen van twee tot drie woorden
*) Is in staat zijn zinnen vragend te maken ‘Mijn speelgoed?’
*) Begint de meervoudige vorm van woorden te gebruiken en kan verleden tijd gebruiken (‘ik
speelde’
6) Van drie tot vier jaar
*) Kan voorwerpen zoals eten, kleren,… groeperen
*) Kan kleuren identificeren
*) Kan de meeste spraakgeluiden reproduceren, maar vertoont nog een lichte vervorming van
moeilijke klanken als de ‘l’,’r’,’s’, ‘sh’,’ch’,’y’,’v’,’z’,’th’. Deze geluiden kunnen in
sommige gevallen pas op de leeftijd van zeven tot acht jaar onder de knie gekregen worden.
*) Kan medeklinkers in het begin, midden en einde van woorden gebruiken
*) Vreemden beginnen te verstaan wat het kind zegt, de uitspraak wordt over het algemeen
beter
*) Kan het gebruik van bepaalde voorwerpen zoals ‘vork’ en ‘auto’ beschrijven
*) Vertoont de eerste inzichten in humor op taalvlak vertonen (‘Is dat een auto op je hoofd?’)
*) Begint ideeën en gevoelens uit te leggen in plaats van enkel over de wereld rond zich te
praten
*) Kan op simpele vragen zoals ‘Wat ga je eten?’ antwoorden
*) Kan eenvoudige zinnen herhalen
7) Van vier tot vijf jaar
*) Begint ruimtelijk inzicht te verstaan zoals ‘achter’, ‘naast’ en ‘onder’
*) Begrijpt complexere vragen
*) Spreekt ongeveer 300 woorden
*) Begint speciale verleden tijd verbuigingen te gebruiken zoals ‘spraken’, ‘aten’,…
*) Begint te beschrijven hoe dingen gedaan worden zoals kleuren,…
*) Kan zaken groeperen in categoriën zoals dieren, voertuigen,…
*) Antwoordt op ‘waarom’vragen
8) Vanaf vijf jaar
*) Het kind verstaat meer dan 2000 woorden
*) Verstaat chronologie (Wat gebeurt als eerste, tweede en derde,…)
*) Verstaat het concept achter het rijmen van woorden
*) Gaat conversaties aan op eigen initiatief
*) Zinnen kunnen uit meer dan acht woorden bestaan
*) Gebruikt complexe zinnen
*) Beschrijft voorwerpen
*) Gebruikt verbeelding om verhaaltjes te verzinnen
De hierboven beschreven vaardigheden zijn evenwel niet absoluut. Ieder individu is anders en sommige kleinkinderen zijn met bepaald zaken sneller en eerder weg dan andere. Maak u dus vooral geen zorgen als uw kleinkind bepaalde zaken nog niet kan. Het kan immers goed zijn dat het op andere vlakken ver vooruit is op zijn leeftijd. De ontwikkeling van ieder kind is nu eenmaal niet vast te leggen in een vast universeel ontwikkelingspatroon en het verwerven van taal is één van de meest complexe en unieke talenten die een kind aanleert. Geef het tijd, stimuleer het en zoek eventueel informatie hierover op. Bij eventuele vragen zich altijd wenden tot de professional zoals de huisarts of kinderarts. Lees ook onze pagina over 'Tweetalig opvoeden'.
|