Het tweede levensjaar is een tijd van veel veranderingen. Halverwege het jaar gaan de meeste babies reeds kunnen stappen en beginnen met het converseren. We praten dan ook niet meer van baby’s maar van peuters. Rond het tweede levensjaar verliezen ze hun babytrekken en gaan ze serieus in de lengte beginnen groeien.
Hoeveel gaan kinderen groeien?
Tijdens het tweede levensjaar gaat het kind gemiddeld tussen de 1.5 tot 2.5 kilogram in gewicht toenemen. Een gemiddeld meisje van 16 maanden gaat ongeveer 10 kilogram wegen en 80 centimeter groot zijn. Jongetjes van dezelfde leeftijd gaan ongeveer een halve kilogram zwaarder zijn bij eenzelfde lengte.
Rond het tweede levensjaar zal de lengte opgelopen zijn tot gemiddeld 86 centimeter en wegen ze gemiddeld tussen de 12 en 13 kilogram. Let wel, dit zijn weeral gemiddelden! De hoofdomtrek verandert niet drastisch dit jaar. Deze neemt slechts een 2-3 centimeter toe.
Uiterlijk gaan de kinderen hun zachte babytrekken verliezen en door hun actievere levensstijl hun babybuikje verliezen. Hun spieren versterken zich en ze gaan het babyvet wat ‘aftrainen’. Het kind begint dan ook echt op een peuter te lijken.
Moet men zich zorgen maken?
Net zoals in het eerste levensjaar gaat de arts de groei van het kind periodiek blijven opvolgen en eventueel advies geven. Het allerbelangrijkste is dat het kind traag en gestaag blijft doorgroeien onafgezien van de gemiddelde waardes waarmee de arts de groei van het kind gaat vergelijken. Hij zal de individuele groei van het kind opvolgen en vanuit die individualiteit eventuele extra onderzoeken of adviezen stellen.
Kinderen die gelukkig en actief zijn, gaan ook goed eten en dus groeien. Het dieet van het kind moet gezond en gevarieerd zijn en bij eventuele vragen moet men deze stellen aan de kinderarts. Enkel deze kan goede adviezen en bijsturingen geven. Ga zeker niet op eigen initiatief een molliger kind op dieet zetten of een, in uw ogen, te mager kind ‘vetmesten’ met snoep.
Het kind gaat zich tijdens het tweede levensjaar ook zelf beginnen voeden en dus nog meer geneigd zijn om dingen uit te proberen en zijn eigen voorkeuren op te bouwen. Het blijft dus essentieel om hen een goede voeding aan te bieden. Kinderen krijgen voorkeuren, maar probeer het voedingspalet zo uitgebreid mogelijk te houden. Het is makkelijk om steeds maar het lievelingskostje van het kind aan te bieden, maar vergeet niet dat u in feite het kind tekort doet. Kinderen MOETEN blootgesteld worden aan een breed scala aan producten, zelfs indien ze deze in eerste instantie wellicht niet lekker vinden. Het kan goed zijn dat ze na een tijdje het desbetreffende voedingsmiddel zeer gaan appreciëren. Ze moeten er een paar keer kunnen proberen alvorens het te accepteren!
Probeer het kind ook steeds actief te laten zijn. Naast de conditionele voordelen, is het ook zeer belangrijk om nieuwe zaken te leren. Normaliter mag dit ook geen probleem zijn, omdat de meeste kinderen van deze leeftijd van nature zeer actief zijn.
Let ook op de veiligheid, waarvoor we dan ook verwijzen naar onze pagina’s over veiligheid en uw kind. Probeer u ook niet teveel blind te staren op de groei van andere kinderen en uw kind ermee te vergelijken. Ieder individu is anders en de groei van ieder kind is anders. Er zijn immers zoveel vlakken waarop ze moeten groeien. De voorsprong van het ene kind op één vlak zorgt wellicht voor een achterstand op een ander vlak. Ieder ontwikkelt zich op zijn tempo en op zijn manier. Bij vragen stel deze aan de kinderarts!
.
|