Header image  
De ontwikkeling van de fysieke vaardigheden van een kind tijdens de eerste zes levensjaren  
line decor
 
line decor
   
 
Inleiding

Op de volgende pagina gaan we enkele aandachtspunten weergeven waarmee men de ontwikkeling van het kind gedurende de eerste zes levensjaren kan beoordelen. Zoals op vorige pagina beschreven gaan we achter de verschillende punten ook weergeven met de letter G, indien het een grote motoriek betreft of met de letter F wanneer het fijne motoriek betreft.

Dit tool mag geenzins consultatie van een professional vervangen, indien een ouder of grootouder vermoedt dat de ontwikkeling van diens (klein)kind niet verloopt zoals verwacht. Hiervoor dient men altijd de huisarts te consulteren die dan gegarandeerd zal doorverwijzen naar een gespecialiseerde professional, oa de kinderarts.

Het eerste levensjaar.

*) Kan zijn of haar hoofdje opheffen al liggend op het buikje (rond 3 maanden) (G)
*) Kan een ratel grijpen (rond 4 maanden) (F)
*) Kan naar één zijde rollen (rond 5 maand) (G)
*) Kan het hoofdje rechthouden als het in een zittende positie wordt gezet (rond 6 maand) (G)
*) Kan naar beide zijden rollen (rond 7 maand) (G)
*) Kan zitten zonder steun (rond 8 maand) (G)
*) Kan zelf een kinderkoekje ‘eten’ (rond 8 maand) (F)
*) Kan een voorwerp van één hand naar de andere doorgeven (Rond 8 maand) (F)
*) Kan in een zittende positie gaan zitten vanuit buikligging (Rond 8 maand) (G)
*) Kan rechtstaan door zich vast te houden aan iets of iemand (Rond 10 maand) (G)
*) Kan een klein voorwerp oppakken (Rond 11 maand) (F)
*) Kan wandelen door zich vast te houden aan bijvoorbeeld meubels (Rond 12 maand) (G)

 

Het tweede levensjaar:

*) Kan wandelen of lopen (G)
*) Trekt speelgoed met een touwtje mee (G+F)
*) Kan op meubels klauteren en er weer af (G)
*) Kan de trap opgaan door telkens twee voetjes per trap te zetten (G)
*) Kan torens van 6 of meer blokken bouwen (F)
*) één handje begint dominant te worden (F)
*) Houdt een potlood met de hele hand (F)
*) Begint volwassen oa met tekenen te kopiëren (F)
*) Gebruikt de lepel bij het eten correct (F)

Het derde levensjaar:

*) Kan ter plaatse met twee voeten springen (G)
*) Kan een stilliggende bal trappen (G)
*) Kan een driewieler rijden (G)
*) Kan op één been staan gedurende enkele seconden (G)
*) Kan schommelen vanuit een geassisteerde bewegende positie (G)
*) Kan een toren van meer dan negen blokken maken (F)
*) Kan met een kinderschaartje werken (F)
*) Kan een puzzel van 5-8 stuks maken (F)
*) Houdt een kleurpotloodje met drie vingers (F)
*) Kan een cirkel kopiëren wanneer het voorgedaan wordt (F)
*) Kan een kruis kopiëren wanneer het voorgedaan wordt (F)
*) Tekent een persoon ‘met’ een hoofdje (F)
*) Kan lepel en vorkje ‘efficiënt’ gebruiken (F)

 

Het vierde levensjaar:

*) Kan tot driemaal op één voet springen (G)
*) Kan een toren van meer dan 10 blokken bouwen (F)
*) Kan een pen vasthouden met drie vingers (F)
*) Kan vierkanten tekenen wanneer voorgedaan (F)
*) Tekent een persoon ‘met’ hoofd, voeten en lichaam (F)
*) Kan een grote bal opvangen (‘prikken’) (G)
*) Heeft een goede controle over de driewieler (G)
*) Duidelijke hand-dominantie, vooral bij rechtshandigen (F)
*) Kan ongeassisteerd zich aan- en uitkleden (behalve knopen, ritssluitingen)
*) Heeft een langere aandachtsspanne (5-10 minuten per activiteit)

Het vijfde levensjaar:

*) Kan in een rechte lijn wandelen (G)
*) Kan de trap opgaan en ondertussen een voorwerp vasthouden (G)
*) Kan een tweewieler rijden met steunwieltjes (G)
*) Kan een tennisbal gooien en opvangen (G+F)
*) Kan een toren van meer dan 12 blokken bouwen (F)
*) Kan op één been gedurende 8-10 seconden staan (G)
*) Kan binnen de lijntjes kleuren (F)
*) Tekent een persoon met hoofd, lichaam, benen en gezicht (F)
*) Houdt het mes in de dominante hand (F)

 

Het zesde levensjaar:

*) Kan op één been staan met de ogen dicht gedurende drietal seconden (G)
*) Wandelt met een goede afrolbeweging van de voet (G)
*) Kan een tweewieler rijden zonder steunwieltjes (G)
*) Kan touwtjespringen (G)
*) Kan met een mes snijden (F)
*) Kan veters binden (F)
*) Kan een pen vasthouden met drie vingers en tegelijkertijd deze vingers laten bewegen

We hebben bewust deze tool beperkt tot de eerste zes levensjaren zodanig dat de (groot)ouders een beter inzicht krijgen in de vooruitgang van hun (klein)kind. Vanaf het derde levensjaar gaan de kleine peutertjes meestal ook naar de kleuterklas, waarbij de ontwikkeling door de kleuterleidsters wordt opgevolgd. Deze professionals kunnen de ouders en grootouders dan ook vaak met raad en daad bijstaan indien er vragen zijn rond de ontwikkeling van je (klein)kind. Maak van harte gebruik van deze mogelijkheid, zoals wij het ondertussen ook reeds doen met ons kleinkind.