Header image  
Cognitieve ontwikkeling  
line decor
 
line decor
   
 
Cognitieve ontwikkeling

Kleine kinderen zijn géén volwassenen in mini-formaat. Om uit te groeien tot volwaardige volwassenen moet ieder van ons door een opgroei-fase, waarbij ook de intellectuele capaciteiten dienen ontwikkeld, aangeleerd en aangescherpt te worden. Algemeen wordt aangenomen dat kinderen tot de leeftijd van 15 jaar niet in staat zijn om te 'redeneren' als een volwassene. In dit overzicht gaan we tot de leeftijd van 12 jaar, omdat ik later een apart hoofdstuk voorzie rond de puberteit.

De ontwikkeling van intelligentie is rechtstreeks verbonden aan de fysieke ontwikkeling van de hersenen van het kind. Vaak tot in de late adolescentie is het brein (nog) niet volgroeid en het is vaak verleidelijk als ouder of grootouder om het kind een volwassen redeneringsvermogen toe te kennen terwijl ze hiertoe feitelijk nog lang niet aan toe zijn. Het is belangrijk als (groot)ouder om in te schatten of de verwachtingen die men aan het kind op welke leeftijd dan ook realistisch zijn op die leeftijd.

 

1) Ontwikkeling van de zintuigen

*) 0-2 maand: Simpele reflex activiteiten zoals grijpen, slikken en met de voetjes stampen
*) 2-4 maand: Reflex activiteiten zetten zich voort, maar krijgen een herhalend karakter
*) 4-8 maand: Kind probeert met zijn beperkte lichamelijke beweging invloed uit te
    oefenen op zijn omgeving (bijvoorbeeld mobieltje over het bedje aanraken of stampen)
*) 8-12 maand: De activiteiten van het kind beginnen complexer te worden en veel acties
     beginnen een doelbewust karakter te krijgen
*) 12-18 maand: Het kind begint alternatieve acties uit te proberen om tot hetzelfde doel te
     te komen
*) 18-24 maand: Het begint duidelijk te worden dat het kind een beginnend
     redeneringsvermogen ontwikkelt om problemen op te lossen. Hierdoor moet het ook een
     duidelijker beeld en representatie hebben van zichzelf in en naar zijn omgeving.

 

2) De communicatieve startperiode:

Deze ontwikkelingsfase is opgebouwd rond twee leeftijdscategoriën:

*)  Periode van 2 tot vier jaar: Het kind begint meer en meer verbaal te communiceren, maar de communicatie is heel sterk naar zichzelf en zijn ik-persoon gericht. Het kind is ook in staat om over voorwerpen na te spreken die op dat moment niet in zijn/haar aanwezigheid zijn.

*)  Periode van 4 tot 7 jaar: Het spraakvermogen begint minder rond de ik-persoon opgebouwd te worden en het kind begint sociaal voelender te worden, ook in zijn communicatie naar derden. Het kind heeft nog vaak de neiging zich te focuseren op één aspect van een voorwerp bijvoorbeeld en de rest te negeren. Het realiteitsgevoel is nog onstabiel, wat erop neerkomt dat het kind nog gelooft in bijvoorbeeld ‘magische’ verdwijning of verschijning van voorwerpen. De moraliteit staat ook nog letterlijk in de kinderschoenen en het kind volgt enkel regels in de vorm van ‘doe dit (niet)’ opgelegd
door een hogere autoriteit ((groot)ouders, kleuterleidster,…).

 

3) Start en ontwikkeling van de logische probleemoplossing (7-12 jaar)

Het kind begint een initiële vorm van georganiseerd en logisch nadenken te krijgen; Het vermogen om meerdere zaken tegelijk te ondernemen is er, voorwerpen kunnen op een logische volgorde worden geordend en kind begrijpt het concept van behoud van massa (er kan niets magisch meer worden verwijderd of toegevoegd in zijn leefwereld). In deze fase is het kind dan ook in staat om aan probleemoplossing te doen.

Daarnaast is het kind ook in staat om voorwerpen in logische groepen te ordenen. Terwijl dit vroeger enkel mogelijk was op basis van kleur bijvoorbeeld, is het nu in staat dit te doen op basis van andere aspecten. Het kind kan ook zaken in categoriën zoals ‘cijfer’, ‘speelgoed’ of ‘dieren’ steken.