Header image  
Woede bij kinderen
 
line decor
   
line decor
   
 
Jonge kinderen leren omgaan met (hun) woede.

 

De intrinsieke woede van ieder kind stelt menig ouder en grootouder een grote uitdaging om  te komen tot een constructieve, ethische en effectieve begeleiding. We gaan op volgende pagina proberen om de verschillende onderdelen van woede te doorgronden. Daarnaast gaan we inzoomen op factoren die het begrip woede beter doen begrijpen en verschillende manieren hoe we als ouders en grootouders onze (klein)kinderen kunnen begeleiden in het omgaan met woede.

Woede is in feite opgebouwd uit drie pijlers:

1) De emotionele staat van woede:

Deze pijler is niets meer dan de emotie die er optreedt als een bepaald doel wordt verhinderd of bepaalde onvervulde behoeftes leiden tot frustratie. Er zijn een aantal verschillende stress-factoren waaraan kinderen oa in het klaslokaal worden blootgesteld:

*) Conflicten over eigendom en bezit, waarbij één individu de ‘eigendom’ afneemt of al te zeer in de ‘persoonlijke’ ruimte binnendringt.
*) Fysieke ‘aanvallen’, waarbij één kind het ander agressief fysiek aanraakt, waaronder dus duwen, slaan of schoppen.
*) Verbale conflicten, bijvoorbeeld plagen en uitdagen.
*) Afwijzing, waarbij een kind bijvoorbeeld wordt genegeerd en niet kan meespelen
*) Bepaalde hoger opgelegde taken, bijvoorbeeld het ‘moeten’ wassen van de vuile handen, waarbij het kind dit voor persoonlijke redenen niet wil.

 

2) De expressie van woede

De tweede pijler van woede is de expressie ervan. Sommige kinderen ventileren hun woede door gezichtsuitdrukking(en) zoals wenen, zeuren, praten, maar ondernemen in feite niets om het probleem of de oorzaak ervan aan te pakken. Andere kinderen gaan veeleer fysisch of verbaal hun ‘belangen’ verdedigen, maar op niet-agressieve wijze. Een andere categorie kinderen gaan eerder uitdrukking geven aan hun afschuw ten opzichte van de dader, waarbij ze stellen dat deze niet geliefd is. Een vierde categorie kinderen gaat proberen het probleem te negeren of te trachten te ontsnappen aan de dader. Daarnaast zijn er ook kinderen die hun expressie van woede gaan ventileren bij een volwassene en hierbij trachten oplossingen bij de onderwijzer, ouder of grootouder te vinden voor een incident.

Onderwijzers, maar ook ouders en grootouders, kunnen ondersteuningsstrategieën gebruiken om het kind te helpen bij het omgaan met woede en stress op een sociaal constructieve wijze. Kinderen ontwikkelen immers ideeën binnen hun familiale sociale interactie, later bijgestaan door ervaringen op televisie, het spelen van videospelletjes en het lezen van boeken. Sommige kinderen hebben een negatieve, agressieve aanpak ten gevolge van woede en gaan deze aanpak ook meenemen naar het klaslokaal. Dit vertegenwoordigt dan ook een serieuze uitdaging voor de leerkracht om de kinderen deze negatieve gevoelens te laten begrijpen en hun positieve en effectieve manieren aan te reiken hiermee om te gaan.

3) Het aanvaarden van woede

De derde pijler van woede is het aanvaarden, interpreteren en evalueren van deze emotie. Omdat het vermogen om woede uit te drukken is gelinkt aan het begrip van woede zelf, is het voor kinderen moeilijk deze emotie te controleren. Ze hebben immers een beperkt zelfbegrip van hun woede, waardoor ze ondersteuning van onderwijzend personeel, ouders en grootouders nodig hebben om uiteindelijk hun gevoelens van woede te begrijpen en te controleren.  

 

Kinderen leren omgaan met woede

Onderwijzers, ouders en grootouders kunnen kinderen met hun eigen woede leren omgaan door ze begrip en controle aan te leren. Hierna gaan we verschillende manieren aanbieden om het kind op een directe en niet-agressieve manier te laten omgaan met zijn of haar woede.

*) Creëer een veilig emotioneel klimaat. Een stabiele thuisomgeving levert het kind de mogelijkheid om met alle emoties van gewenst tot ongewenst om te gaan. Idem met een stabiele klasomgeving met heldere, duidelijke en flexibele grenzen.

*) Een volwassen voorbeeldfunctie. Kinderen hebben een beperkt begrip om emoties te verwerken, zeker als bijvoorbeeld volwassenen veel woede vertonen. Volwassenen zijn het meest effectief door het kind het goede voorbeeld te tonen door hun eigen woede gevoelens te erkennen, te aanvaarden en er verantwoordelijk op een directe en non-agressieve manier mee om te gaan.

*) Spoor kinderen aan om hun gevoelens te identificeren. Ouders en grootouders moeten trachten om jonge kinderen hun persoonlijke emoties te erkennen en te identificeren (bijv kwaad, geïrriteerd, vervelend,…). U kunt bijvoorbeeld een logboek bijhouden met daarin iedere (negatieve) emotie van uw kind met een kleine beschrijving van de uitgangsituatie. Dit is een interactieve manier die het kind naast een geheugensteun, inzicht biedt in zijn eigen scala van emoties en vooral, welke individuele factoren deze oproepen.

*) Spoor het kind aan om over de uitlokking van woede te praten. Peuters en in later stadium kleuters verstaan hun emoties beter als deze door volwassenen worden uitgelegd. Door op een niet-veroordelende manier naar het kind te luisteren, ontstaat er bij het kind een beter inzicht
van zijn eigen emoties. Een kordate aansporing tot beter gedrag met concrete voorbeelden door de volwassene ondersteunt het kind ook om te komen tot beter gedrag. Sleutel hierbij blijft wel om het kind niet te stigmatiseren en veroordelen, maar door begrip en inzicht vanuit volwassen voorbeelden aan te sporen tot beter gedrag.

*) Het gebruik van boeken. Met behulp van kinderboeken is het mogelijk om het kind eveneens een groter inzicht in zijn emoties te laten krijgen. Ga hiervoor best naar de bibliotheek. Persoonlijke ervaringen gebaseerd of gecombineerd op prentjes in boeken zijn van onmeetbare waarde om het kind met zijn eigen emoties te leren omgaan.

Het mag duidelijk zijn dat woede een moeilijke emotie is. Desalniettemin behoort het ook tot een noodzakelijke levenservaring. Wanneer het kind constructief wordt ondersteund en begeleid, leert het in geen tijd op een positieve, directe wijze omgaan met eventuele negatieve emoties, waaronder woede. Onderwijzers, ouders en grootouders hebben hierin een zeer grote rol.