Header image  
Vloeken of ongewenst taalgebruik
 
line decor
   
line decor
   
 
Vloeken of ongewenst taalgebruik

 

 

Niets kan zo vertederend zijn als een klein kind. Als het dan opeens een woord(je) in zijn mond neemt, dat zeker niet toebehoort aan zijn leeftijdscategorie, gaan we in eerste instantie wellicht ermee moeten lachen, maar anderzijds ons toch afvragen waar ze de ‘krachtterm’ vandaan hebben.

Tot een leeftijd van zes, zeven jaar zal de woordenschat van het kind zich drastisch uitbreiden en daar behoren ook woorden toe, waarvan ze de betekenis wellicht niet kennen, maar waarvan ze wel weten dat ze niet erg koosjer zijn. Zeker vanaf de leeftijd van zeven jaar weten kinderen perfect dat bepaalde woorden niet door de beugel kunnen. 

Kinderen gaan hun woordenschat, inclusief de minder fijne woorden, opsteken door hun omgang met anderen. Vanaf de fase waarbij het kind ook met andere personen buiten zijn familie in contact begint te komen, zal de (ongewenste) kennis van vieze woorden, vloeken,… uitbreiding nemen. Ieder gezin heeft zijn regels en gewoontes en dus zal er bij het ene gezin gemakkelijker met vloeken, krachttermen worden omgesprongen dan in een ander gezin. Natuurlijk dat uw kind deze gewoontes in het kinderdagverblijf of de kleuterschool kan overnemen.

Maar de rol van de ouders en verwanten mag ook niet over het hoofd gezien worden. Wanneer de ouders of grootouders aan het vloeken slaan, steken de kinderen of kleinkinderen deze termen op. We moeten ons als ouders en grootouders dus goed bewust zijn van de kinderoortjes en letten op ons woordgebruik in bijzin van de kinderen. Indien er sprake is van oudere broers of zusters, dan zal het kleiner kind er ook vaak naar opkijken en diens woordgebruik overnemen. Het kopiëren van gedrag van anderen behoort tot het normale ontwikkelingspatroon van kinderen, naast het uittesten van grenzen. Kinderen en dan vooral peuters (2-4 jaar) zoeken deze grenzen doelbewust op en gaan kijken hoever ze kunnen gaan.

 

De invloed van de maatschappij en media valt ook niet te onderschatten. Op televisie worden allerlei zaken vertoont, waarover we als ouders of grootouders vaak geen invloed over hebben, tenzij niet af te stemmen op het bewuste programma. Het huidige taalgebruik is evenwel dermate geëvolueerd dat tegenwoordig bepaalde ‘krachttermen’ te pas en te onpas op televisie of radio worden gebruikt. Onze kinderen komen er dus willens en nillens mee in contact.

De uiteindelijk grens wordt getrokken door de ouders. In elk geval is het noodzakelijk om vloeken en scheldwoorden te begrenzen, omdat dit in bepaalde omstandigheden agressie kan uitlokken. Dit zijn reacties vanuit de omgeving waar het kind niet echt op voorbereid is. Als ouder en grootouder hebben we een voorbeeldfunctie en zal onze reactie op de ongewenste woorden van invloed zijn op het kind en zijn gedrag. Lachen met ongewenste woorden betekent een aanmoediging voor het kind en u zult de woorden dus meer en meer mogen aanhoren. Het taalgebruik negeren kan een optie zijn, maar vooral wanneer het woordgebruik aanhoudt, moeten we proberen een zo neutraal mogelijke houding aan te nemen en het kind kordaat terecht te wijzen dat dit woordje/taalgebruik niet past. Niet meer en niet minder.

In het gesprek moeten we ook proberen te achterhalen waar het kind het woordgebruik heeft geleerd en, indien mogelijk, te achterhalen wat er in het hoofd van het kind omgaat wanneer het ongepaste woord wordt gebruikt. Wanneer er een duidelijk grens afgesproken is, kan dit vaak genoeg zijn om het verkeerde taalgebruik uit te wissen, maar soms ook niet. Het kind zal op gepaste tijdstippen de grenzen nog eens aftasten en dan kan het ongewenste woordgebruik weer opduiken. Wanneer het kind te ver blijft gaan gaat in zijn ongewenst taalgebruik, moeten we als ouders en grootouders gevolgen aan dit ongewenst gedrag vastmaken. Dit kan door het toepassen van een time-out. In elk geval moeten we als het begrip straf wordt gebruikt, ook de situatie van een beloning vooropstellen, indien het gedrag verbetert. Beloningen hebben vaak meer resultaat dan straffen. De beste manier om het gedrag te bestrijden blijft uiteindelijk door zelf het goede voorbeeld te geven.