Kinderverdriet is altijd hard voor zowel ouders als grootouders. Het is evenwel belangrijk om zich te realiseren dat verdriet een deel van opgroeien is. De eerste reactie om te sussen is wellicht de beste, maar het blijkt niet zo eenvoudig om emotionele wonden bij wijze van spreke weg te kussen.
Hoe gaat u uw kleinkind troosten wanneer het u niet wil verlaten? Hoe gaat u uw kind leren omgaan met het verlies van een huisdier, of erger nog een familielid? Wat is het verschil tussen verdriet en depressie? U merkt het, dat het niet zo eenvoudig is om het concept verdriet juist te omschrijven. Maar dit is wel de eerste vereiste om de pijn achteraf zo snel mogelijk en precies mogelijk te verzachten.
Hiervoor gaan we de kinderen weer opdelen in leeftijdscategoriën:
1) Geboorte tot anderhalf jaar oud.
Een baby is zeer gelimiteerd in al zijn mogelijkheden, inclusief zijn palet van emoties. Ofwel zijn ze rustig en kalm ofwel zijn ze ontevreden met wenen, huilen tot gevolg. Uw baby mag dan wel in staat zijn te wenen, hij of zij is nog niet in staat om een ingewikkelde emotie zoals verdriet uit te drukken. Daarvoor dient eerst een sterke emotionele band opgebouwd te worden, waarna er soms inderdaad een pijnlijk verlies optreedt. Dit is immers de essentie van verdriet.
Alhoewel uw baby in staat is om op drie tot vier maanden zowel verdriet als plezier uit te drukken, kunnen ze slechts rond de leeftijd van zeven tot negen maanden een echt verschil onderscheiden tussen bekenden en onbekenden (‘angst voor vreemden’). Op die leeftijd kunt u wel geconfronteerd met een baby die opeens merkt dat één van haar geliefden niet aanwezig is en dus luidkeels begint te wenen. Ze hebben immers nog geen concept van tijd. Ze realiseren zich niet dat u binnen een minuut, halfuur of langer terug bent. Het is wel eenvoudig om een kind op die leeftijd en dit tot twee jaar gerust te stellen.
Goede babysitters hebben hier eenvoudige manieren voor om het kind gerust te stellen en het zijn of haar verdriet omwille van de afwezigheid van diens ouders of grootouders te overkomen. Als ouders en grootouders moet u er wel ten zeerste opletten om niet te bezorgd over te komen. Hierdoor gaat u het kind immers de indruk geven dat zijn verdriet terecht is en dit alleen maar versterken. Blijf gewoon kalm, hou afscheid kort en sussend (‘Tot straks, liefje. Papa en mama zijn straks terug!’).
2) Anderhalf jaar tot drie jaar.
Uw peuter heeft al een serieuze fysieke en emotionele groei achter de rug. Hij of zij praat, loopt en speelt. Maar iedere stap voorwaarts betekent vaak een afscheid van. Dit geeft dan weer aanleiding tot verdriet. U zult dit zelf reeds vaak ondervonden hebben. Ze leren iets nieuws bij en in de week tot weken erna zijn ze vaak emotioneler en onrustiger.
Het is belangrijk om uw kind op deze leeftijd goed aan te sporen om zijn eigen ontwikkeling verder te zetten. U kunt hierbij concrete voorbeelden aanhalen (de kindjes in de klas gaan ook al naar het potje en jij moet dat nu ook beginnen leren,…) zonder evenwel uit het oog te verliezen dat er ook verdriet bij komt kijken, als het kind zich realiseert dat het opeens geen baby meer is. Bij ontwikkeling komt immers zowel verlies (verdriet) als winst (geluk)kijken.
Om uw (klein)kind verder te helpen ontwikkelen en nieuwe vaardigheden aan te leren, probeer vooral de leuke dingen, die in het voorschiet voor hem of haar liggen, te beklemtonen. Let er wel op om het verlies en dus verdriet te minimaliseren. Voor hem of haar is het moeilijk om zijn flesje op te geven voor een beker. Benadruk dan ook het feit dat de beker die hij of haar in de plaats krijg, zoveel leuker is…
Ga een kind ook nooit bestraffen voor zijn onvolgroeidheid. U gaat dan zijn zelfvertrouwen aantasten. Als u merkt dat het kind teruggrijpt naar vroegere gewoontes, probeer hem of haar dan te stimuleren meer ‘volwassene’ ontwikkelingen na te streven. Ga hem of haar belonen om het verlies en verdriet een beetje af te vlakken. Kinderen van deze leeftijd zijn nog steeds afhankelijk van hun ouders en grootouders’ steun en affectie. Verdriet is al vaak aanwezig, depressie is nog een zeldzaamheid op die leeftijd.
3) Drie tot zes jaar oud.
De voorschoolse leeftijd gaat het kind blootstellen aan de leeftijd binnen een gemeenschap. Dit concept houdt in dat het kind nieuwe vriendjes, opvoeders,… leert kennen en het mogelijke verlies ervan. Een vriendje dat verhuist, afscheid van een babysitter, dit zijn allemaal zeer emotionele uitdagingen. Hoe en in welke mate uw kind hiermee kan omgaan, is afhankelijk van drie factoren:
*) Zijn karakter: Er zijn kinderen die een zéér standvastig en verwerkend karakter hebben, terwijl andere bijvoorbeeld zéér gevoelig zijn. Als u merkt dat uw kind van nature zéér gevoelig is, probeer hem of haar dan op voorhand in te lichten over mogelijk verdriet, zodat het kan anticiperen hierop. Praat er ook over nadat het kind bijvoorbeeld verdrietig is geweest en leg hem of haar uit waarom.
*) Ervaring: Een kind dat in principe goede ervaringen binnen zijn familie heeft gehad, gaat het makkelijk hebben met verdriet, dan bijvoorbeeld een kind dat al ettelijke aanvaringen heeft gehad met onaangename, onvoorzienbare gebeurtenissen, waarover hij of zij geen controle had. Een sterke emotionele band met zijn omgeving gaat het kind helpen om mogelijke verdriet te overkomen.
*) Uw reactie op het verdriet van uw (klein)kind: Een voorschools kind ziet zijn omgeving door uw ogen. Concreet hebben zijn of haar ouders een grote impact om de vermogens van het kind aan te scherpen. Uw perspectief gaat het kind helpen om zijn blik op het leven te verruimen. Daarom moet u het kind op deze leeftijd goed in de gaten houden met betrekking tot verdriet. Wanneer een kortstondig verdriet niet wordt opgevolgd, kan het evolueren naar een chronisch gevoel van pessimisme. Een kind van deze leeftijd gaat ook vaak leven in het heden. Ga hem of haar helpen om de zaken ook in perspectief te zien (‘Je bent nu wel verdrietig, maar achter een tijdje voel je je wel weer beter!’).
4) Van zes tot negen jaar oud: Verdriet en treuren.
Wanneer uw kind deze leeftijd heeft, heeft het kind een duidelijk conceptie van tijd en ruimte. Hij of zij kent het verschil tussen vergankelijke en voortdurende zaken. Dit betekent concreet dat het kind ook het concept van de vergankelijkheid van het bestaan begrijpt en dus het de dood omvat. Hieromtrent proberen veel ouders en grootouders het van verdriet en treuren af te schermen. Sommige gaan zelfs zo ver om te liegen over deze ingrijpende gebeurtenis. Maar alhoewel u op dat moment misschien het gevoel heeft dat u uw kind beschermt, op langere termijn gaat u uw (klein)kind de mogelijkheid om te leren omgaan met verdriet ontnemen.
Per slot van rekening is treuren een persoonlijke ontwikkeling die aantoont dat het kind een volwassen begrip heeft over liefde en verlies.
Door het kind te laten treuren, geeft u het de ruimte tot verdere emotionele groei. Het is misschien verdrietig, maar eveneens een stuk wijzer omdat het de waarde van het leven heeft leren begrijpen. Hierdoor is het ook in staat om schuld en medelijden te voelen, gevoelens die zeer dicht aanleunen bij depressie.
Wanneer verdrietige zaken gebeuren, let erop dat het kind zichzelf de schuld niet geeft en depressief wordt. Een mogelijke aanleiding tot depressie corrigeren, gaat de emotionele last op de schouders van het kind verlichten (‘Jij hebt geen schuld aan de dood van onze kat. Hij gaat immers altijd rond deze periode buitenspelen!’). Omdat het kind de onoverkomelijkheid van verlies verstaat, is het een goed moment om het in te wijden bij begrafenis en herdenkingsplechtigheden. Hierdoor heeft het een emotionele uitlaatklep en doordat hij of zij wordt betrokken bij deze gebeurtenis, krijg het kind ook het terechte gevoel dat het een belangrijk deel van de familie is.
Onthou vooral dat die eerste ervaringen met de dood van een huisdier, buur,.. weliswaar zéér verdrietig zijn, maar vergeet ook niet om het in perspectief van zijn of haar ontwikkeling te plaatsen. Een jong verworven kracht om hiermee om te gaan, gaat het kind en de latere volwassene helpen om nog erger verlies te kunnen doorstaan.
5) Ouder dan negen jaar:
Wanneer het kind stilaan richting puberteit evolueert, gaat het steeds vaker geconfronteerd worden met emotionele up and downs. Het is op deze leeftijd dan ook moeilijker om juist in te schatten welk gedrag normaal is en welk een reden voor ongerustheid.
Sommige pre-tieners gaan door een zogeheten stille periode, waarbij ze zéér gesloten zijn als ze adolescentie naderen. Één van de eerste zaken bij adolescentie waar het kind mee geconfronteerd wordt, is het verlies van de afhankelijkheid aan zijn ouders voor emotioneel welbehagen en veiligheid. Hij of zij gaat deze afhankelijkheid nu ook stilaan zoeken bij zijn vrienden. Hierdoor zijn stemmingswisselingen dan ook vaak afhankelijk van de huidige toestand bij zijn of haar vrienden of vriendinnen. Ze zijn zeer uitgelaten als ze zich geaccepteerd voelen, maar zéér down als ze zich uitgesloten van de groep voelen.
Depressie is een zéér prominent aanwezige emotie, die u als ouder en grootouders goed in de gaten dient te houden. Verdriet is immers de eerste reactie, maar een gevolg van verdriet in combinatie met het gevoel van eigenschuld en pessimisme leidt tot depressie. U kunt uw (klein)kind dan ook NIET helpen door hem of haar bij te treden in zijn vertwijfeling. U dient deze depressieve gevoelens te corrigeren door de perceptie van de aanleiding bij te sturen. Plaats de treurige gebeurtenis in verhouding, blijf begrijpend en stel eventueel een alternatief voor (‘ Je bent wel niet uitgenodigd op de pyama-party van iemand van je klas, maar waarom hou je er zelf geen met je beste vriendinnetje, die trouwens daar ook niet uitgenodigd was?).
Wanneer kinderen jonger zijn, is ouderlijke geruststelling het meest efficiënte hulpmiddel, omdat kinderen onder negen jaar hun ouders en grootouders als almachtig beschouwen en in staat om de wereld te veranderen. Maar oudere kinderen hebben meer nodig dan dat. Ze hebben onze hulp nodig om hun ervaringen te verwerken, ze te plaatsen binnen een reële context. Wees ook niet bang om uw eigen ervaringen te gebruiken om uw kind te troosten als ze treurige dingen moeten verwerken. Leer het kind weten dat niet enkel het huidige vaststaat, maar dat het ook moet kijken naar de toekomst. Als het kind weet dat zijn ouders of grootouders ook treurige zaken hebben moeten verwerken, sterkt dat hem of haar om zelf ook (emotioneel) sterk te worden.
Hoe weet u nu of u kind daadwerkelijk professionele hulp nodig heeft?
1) Er is een zéér sterke verandering in diens gedrag (van verlegen naar extreem extravert en omgekeerd, van energiek naar lusteloos,…).
2) De gedragsverandering is ongewoon intens (Het kind overreageert constant of is zéér verdrietig, ontvlambaar,…)
3) De gedragswijziging is continu en niet linked aan één of andere gebeurtenis zoals bijvoorbeeld de dood van een naaste, verhuizing naar een andere omgeving,…
Wat zijn nu de tekenen van depressie?
*) Van anderhalf tot drie jaar ( duur langer dan zes weken)
De peuter gaat zijn gevoelens meer via zijn lichaam uitdrukken (bijv meer schoppen, slaan,…)dan met een treurige gemoedsingesteldheid. Daarnaast kan het ook slapeloosheid en lusteloosheid bij het eten vertonen
*) Van drie tot zes jaar (duur langer dan acht weken)
Preschoolse kinderen gaan dit meer uitdrukken door verlatingsangst en angst voor school. Daarnaast behoren ook chronische nachtmerries tot een indicatie.
*) Van zes tot negen jaar (duur langer dan acht weken)
Een onhandelbaar kind, een teruggetrokken kind kunnen wijzen op een onderliggende depressie.
*) Boven de negen jaar (duur langer dan acht weken)
Op deze leeftijd gaat chronische depressie bij een kind zeer sterk lijken op dat bij een volwassene. Een treurige houding, uitzichtloosheid en hulpeloosheid, een gebrek aan energie en chronische vermoeidheid, voortdurende prikkelbaarheid, zijn allemaal indicaties dat het kind blootgesteld is aan depressieve gevoelens. Ook lichamelijk indicaties zoals snel verlies van lichaamsgewicht kunnen wijzen op een verborgen depressie.
|