Header image  
Denkbeeldige vrienden
 
line decor
   
line decor
   
 
Denkbeeldige vrienden

 

 

Heel veel jonge kinderen hebben een denkbeeldig vriendje. Dit kan een andere ‘kind’ zijn, maar ook een dier, elf of kabouter zijn. Dit wordt bepaald door de fantasie die het kind aan de dag legt. Toch hoeft een denkbeeldig vriendje een echte vriendschap met een ander kind niet in de weg te staan. Meestal gaat het kind het denkbeeldig vriendje immers gebruiken om op een veilige manier sociaal gedrag en de grenzen van vriendschap te testen. Normaliter verdwijnen de meeste denkbeeldige vrienden vanaf zes jaar, omdat het kind zijn energie dan volledig in het ontstaan van echte vriendschappen begint te steken. De kinderen beseffen dan ook dat het denkbeeldig vriendje eigenlijk maar een zelf uitgedokterde fantasie is.

Door een denkbeeldig vriendje kunnen kinderen dus leren experimenteren met hun fantasie en het verschil leren maken tussen fantasie en de werkelijkheid. Het is dus goed voor hun geestelijke ontwikkeling. Het denkbeeldig vriendje geeft het kind de kans om zelf de sociale omgang en regels met anderen naar zijn eigen hand te zetten. Het geeft hem/haar een gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid.

U zult dan ook zien dat het denkbeeldig vriendje vaak de ondersgeschikte is van het kind en dat het kind dus graag de baas speelt over zijn ‘vriendje’. Bepaalde zaken die ze in de volwassen wereld hebben gehoord, gaan ze dan ook toepassen binnen de relatie tussen hun denkbeeldig vriendje en hunzelf. Correcties die we als ouders en grootouders vaak moeten doen, komen dan ook veelvuldig terug in de interactie tussen uw (klein)kind en zijn denkbeeldig vriendje. Op die manier weet u ook dat het kind onder andere de (sociale) regels begint te begrijpen en te integreren in zijn eigen omgang met anderen.

 

In momenten van stress of angst, zult u opmerken dat het ontstaan van een denkbeeldig vriendje vaak in de hand wordt gewerkt. Het is immers ook een manier voor het kind om vat te krijgen op zijn eigen realiteit, al is het dan via een denkbeeldig vriendje. Het zoekt als het ware een vorm van houvast op de dingen. Toch moeten we erop letten dat het kind onnodige angsten niet gaat proberen op te lossen via denkbeeldige vrienden. Het kind kan stress hebben door bijvoorbeeld het naar school gaan, maar dan moeten we als ouders/grootouders proberen de reden van de stress te leren kennen en deze aan te pakken. Het kind moet ook leren dat stress niet gelijkstaat aan angst en dat angst voor nieuwe zaken vaak ongegrond is. We moeten hem/haar hierin bijstaan. Een denkbeeldig vriendje gaat hem/haar immers geen oplossing aanreiken.

Over het algemeen kan men best als ouders en grootouders het denkbeeldige vriendje proberen te accepteren. Men kan best meegaan in de fantasie van het kind, maar daarnaast ook uitleggen dat het denkbeeldig vriendje ook onderhevig is aan dezelfde regels als het kind. Wanneer u merkt dat het kind het denkbeeldig vriendje gebruikt om onder zijn eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, moeten we hem/haar hierop wijzen. Zolang het kind naast het denkbeeldig vriendje ook normale vriendschappen aangaat, is er eigenlijk weinig aan de hand. U zult zelf bemerken dat een denkbeeldig vriendje vaak even snel verdwijnt als het gekomen is.