Header image  

Gezondheid: Botten,spieren en gewrichten

 
line decor
 
line decor
   
 

Spieren, botten en gewrichten

 
 

Van ons hoofd tot aan onze tenen geven de beenderen steun aan ons lichaam en zorgen ze ervoor dat we onze vorm behouden. De schedel beschermt de hersenen en vormt ons aangezicht. De centrale zenuwkanaal , als het ware de zenuwsnelweg tussen de hersenen en het lichaam, wordt beschermd door de ruggegraat. De ribben vormen een soort barrière dat het hart, de longen, lever en andere vitale organen beschermt. Het bekken beschermt dan weer de blaas, ingewanden en bij de vrouwen de voortplantingsorganen. Alhoewel ze zeer licht zijn, zijn de beenderen toch in staat om ons gans gewicht te torsen.

De gewrichten zijn het verbindingspunt op de plaats waar twee afzonderlijke beenderen mekaar ontmoeten. Deze maken het skelet bewegelijk want zonder gewrichten zou beweging onmogelijk zijn. De spieren zijn eveneens essentieel voor beweging omdat deze via aanhechtingspunten aan de beenderen trekken als we bewegen. Beenderen, spieren en gewrichten in combinatie met pezen, ligamenten en kraakbeen zorgen ervoor dat we onze dagdagelijkse fysische activiteiten kunnen ondernemen. 

Wat zijn onze beenderen en wat doen ze?

Het menselijke skelet heeft 206 beenderen. Deze beginnen te ontwikkelen voor de geboorte. Wanneer het skelet voor de eerste maal ontstaat, bestaat het uit flexibel kraakbeen, maar binnen enkele weken begint het te verharden. Dit verharden gebeurt doordat kraakbeen vervangen wordt door afzetting van calcium fosfaat en rekbaar collageen, de twee hoofdbestanddelen van botten. Het neemt ongeveer 20 jaar in beslag alvorens dit proces compleet is.

De botten van kinderen en tieners zijn veel kleiner dan die van volwassenen en ze hebben groeizones, ook wel groeiplaten genoemd. De botten groeien vanuit deze groeiplaten in de lengterichting. Omdat meisjes op een jongere leeftijd lichamelijk rijpen, sluiten hun groeiplaten op jongere leeftijd. Eenmaal de groeiplaten gesloten zijn, stopt het menselijk lichaam met groeien (in de lengte). In tegenstelling tot wat veel mensen denken, blijven botten zich constant doorheen het menselijke leven hernieuwen. Beenderen bevatten drie type cellen: osteoblasten die nieuwe bot aanmaken en schade helpen repareren.; Osteocyten die voedingsstoffen en afvalproducten van en naar de bloedvaten in het bot vervoeren; en osteoclasten die het been helpen afbreken en hermodelleren. Vooral de osteoclasten zijn zéér actief bij kinderen en tieners, waarbij ze constant het bot hermodelleren tijdens de groei. Ook bij eventuele breuken spelen deze een essentiële rol in het herstellen ervan.

Botten zijn samengesteld uit Calcium, fosfor, Natrium, andere mineralen en het proteïne collageen. Calcium is nodig om de botten hard te maken, zodanig dat ze het lichaamsgewicht kunnen dragen. De hoeveelheid vitamines en mineralen die binnengewerkt worden via de voeding, vooral dan vitamine D en calcium, beïnvloeden rechtstreeks de hoeveelheid opgeslagen calcium in de botten. Lees ook onze pagina over 'Osteoporose of botontkalking'.

Het zachte beenmerg binnen de botten zorgt voor de productie van bloedcellen. Het beenmerg bevat immers stamcellen, die de rode bloedlichaampjes en de bloedplaatjes produceren. Botten zijn ‘vastgemaakt’ aan andere botten via lange draadvormige weefsels, ligamenten genoemd. Kraakbeen ondersteunt de botten en beschermt deze tegen slijtage ten gevolge van onderlinge wrijving.

 

Wat zijn spieren en wat doen ze?

Botten werken niet alleen, ze hebben hulp nodig van spieren en gewrichten om te kunnen bewegen. De spieren trekken aan de gewrichten, waardoor we kunnen bewegen. Ze helpen het lichaam ook om andere functies te doen, zoals kauwen en het voedsel doorheen het spijsverteringsstelsel te bewegen.

Het menselijke lichaam heeft méér dan 650 spieren, die ongeveer de helft van het lichaamsgewicht bedragen. De spieren zijn aan de botten verbonden door een sterk, touwachtig weefsel, pezen genaamd. Deze pezen kunnen bijvoorbeeld bij beweging van je vingers gezien worden aan de bovenkant van je hand.

Het menselijk lichaam heeft drie type spieren:

Het eerste type zijn de dwarsgestreepte skeletspieren. Deze zijn bevestigd aan de botten. Skeletspieren zijn gelijnd die onder een microscoop horizontale strepen vertonen. Deze spieren houden het skelet bij mekaar, geven het lichaam vorm en helpen het om dagdagelijkse bewegingen te doen. Ze kunnen snel samentrekken, maar worden hierbij snel moe.

Het tweede type spieren is het glad spierweefsel dat ook uit vezels is opgebouwd, maar dat niet dwarsgestreept is. Dit type spieren kan niet bewust gecontroleerd worden door de mens, maar wordt door het centrale zenuwstelsel aangestuurd. Een voorbeeld van glad spierweefsel zijn bijvoorbeeld de wanden van de darmen om het voedsel vooruit te stuwen. Gladde spieren kunnen niet zo snel samentrekken, maar worden niet snel vermoeid en kunnen dus gedurende een langere periode samengetrokken blijven.

Het derde type spierweefsel zijn de spierweefsels van het hart. De wanden van de hartkamers zijn bijna volledig opgebouwd uit spiervezels. Hartweefsel is eveneens een niet-controleerbaar spierweefsel. Het vertoont ritmische krachtige samentrekkingen, nodig om het bloed uit het hart te pompen wanneer het samentrekt.

Zelfs wanneer een mens volledig stilzit, zijn er spieren in het lichaam constant aan het bewegen. Wanneer we lachen en praten, zorgen spieren ervoor dat we dit kunnen doen en wanneer we bewegen, zijn de spieren die hiervoor zorgen en ons fysisch fit en gezond houden. De bewegingen van de spieren worden gecoördineerd en gecontroleerd door de hersenen en het centraal zenuwstelsel. De onvrijwillige spieren worden eveneens gecontroleerd door diepergelegen weefsels in de hersenen en de hersenstam.

Spieren bewegen ledematen door contractie, gevolgd door relaxatie. Spieren kunnen immers enkel trekken aan botten, maar niet duwen. Daarom werken de spieren in combinatie van buig- en extensiespieren. Een voorbeeld van een buigspier is bijvoorbeeld de bicep in uw bovenarm. Een voorbeeld van een extensiespier is de tricep aan de achterkant van uw bovenarm.

 

Wat zijn gewrichten en wat doen ze?

Gewrichten zorgen ervoor dat ons lichaam bewegelijk is. Sommige gewrichten werken als een soort scharnier, terwijl anderen veel gecompliceerdere bewegingen toelaten, een heup of schoudergewricht bijvoorbeeld, waarmee u achterwaarts, voorwaarts, zijwaarts en cirkelvormige bewegingen kunt maken.

Gewrichten worden onderverdeeld naargelang hun bewegingsmogelijkheid:
Onbeweegbare, vezelachtige gewrichten bewegen niet. De schedelpan is uit beenplaten gemaakt, die gefixeerd moeten zitten om zodoende de hersenen te beschermen. Tussen deze platen zit verbindingen van vezelachtig materiaal. Eenzelfde type houdt ook de tanden in de kaken.

Gedeeltelijk beweegbare gewrichten vertonen een beperkte beweegelijkheid. Een voorbeeld hiervan zijn de ruggewervels die enkel ten opzichte van de wervel eronder en erboven kunnen bewegen. Tezamen geven deze ruggewervels hierdoor de ruggegraat een zekere flexibiliteit. Zie ook onze pagina over 'Scoliose'.

De vrij-beweegbare gewrichten kunnen zoals het woord zegt in meerdere richtingen bewegen. De hoofdgewrichten van het menselijke lichaam bevinden zich aan de heup, schouders, ellebogen, knieën, polsen en enkels. Deze zijn gevuld met een synoviale vloeistof die als een soort smeermiddel de gewrichten smeert. Er zijn drie type vrij-beweegbare gewrichten:

*) ‘Scharniergewrichten’ die beweging in één richting toelaten, zoals bij de knieën en ellebogen.
*)  ‘Zadelgewrichten’ waarbij twee zadelvormige botvlakken op elkaar liggen. Hiermee kan in twee assen bewogen worden. Een voorbeeld is het middenhandsbeentje van de duim.
*)  ‘Kogelgewrichten’ die de grootst mogelijke vorm van beweegelijkheid toelaten. De heupen en schouders hebben dit type gewricht. Een kogelvormig uiteinde beweegt als het ware in een komvormig gedeelte.

Lees ook onze pagina over 'Heupdysplasie'.

Het bloed heeft daarnaast ook nog belangrijke proteïnes, stollingsfactoren genaamd. Alhoewel bloedplaatjes kleine lekken tijdelijk kunnen stoppen, zijn de stollingsfactoren essentieel om een sterke en stabiele afdichtingsprop te genereren. Bloedplaatjes en stollingsfactoren werken immers samen om lekken af te dichten onder andere ten gevolge van scheurtjes, wonden, snijwonden en krassen. Het stollingsproces werkt bijna als een puzzel. Wanneer het laatste stuk geplaatst is, is de puzzel en in dit geval de stollingsprop compleet. Naast bloedcellen en stollingsfactoren, vervoert het bloed ook de voedingsstoffen, nadat deze door het spijsverteringsstelsel zijn verwerkt en opgenomen. Het bloed vervoert ook de hormonen, afgegeven door de klieren, naar de organen die ze nodig hebben.