Header image  

Gezondheid: Het immuunstelsel

 
line decor
 
line decor
   
 

Het immuunstelsel

 
 

Het immuunsysteem is de verdediging van het lichaam tegen infecties en ziekteverwekkers van buitenaf. Door een reeks stappen, gaat het immuunsysteem de indringers aanvallen en vernietigen. Het is opgebouwd uit een netwerk van cellen, weefsels en organen die samenwerken om het lichaam te beschermen.

De cellen die een belangrijke rol bij deze verdediging spelen, zijn de leukocyten. Deze bestaan onder twee vormen en hun doel is het om organismen of stoffen, die ziektes veroorzaken, te vernietigen. Leukocyten worden op verschillende plaatsen in het lichaam aangemaakt en opgeslagen. De hoofdopslagplaatsen in het lichaam zijn de lymfeknopen.

Leukocyten circuleren doorheen het lichaam door middel van de lymfekanalen. Daarnaast kunnen ze ook via de bloedvaten reizen. Op die manier gaat het immuunstelsel op een gecoördineerde wijze werken om het lichaam te scannen op stoffen die problemen kunnen veroorzaken.

Zoals gesteld zijn er dus twee soorten leukocyten:

*) De fagocyten zijn cellen die indringers ‘opeten’.
*) De lymfocyten zijn cellen die instaat zijn om indringers te herkennen, zodanig dat
het lichaam sneller kan reageren bij een vernieuwde aanval.

Binnen de groep van fagocyten zijn er weeral verschillende types aanwezig. Neutrofiele granulocyten zijn verantwoordelijk voor de eerste afweer tegen bacteriële infectie en andere ontstekingsreacties. Activiteit van neutrofiele granulocyten en hun afsterven is de bron van pusvorming.

Eosinofiele granulocyten bestrijden voornamelijk parasitaire infecties en een verhoging van de eosinofielen is dan ook een indicatie van een infectie met een parasiet of voor een IgE gemedieerde immuunreactie.

Basofielen zijn de hoofdverantwoordelijken voor allergische- en antigeenrespons door het vrijmaken van histaminen die ontsteking veroorzaken.

Lymfocyten zijn onder andere de T-lymfocyten (waaronder T-helpercellen en de cytotoxische T-cellen, de B-lymfocyten, de Natural Killer cellen en de plasmacellen (die in feite geactiveerde B-lymfocyten zijn). Ze spelen een rol bij de specifieke immuunrespons.

Monocyten hebben een soortgelijke stofzuigerfunctie (fagocytose) als neutrofielen maar leven veel langer waarmee ze een geheugenfunctie vervullen; ze presenteren pathogenen aan de T-cellen opdat deze opnieuw herkend en vernietigd kunnen worden. Ook in de reactie op antilichamen spelen monocyten een rol.

Lymfocyten zijn in 3 soorten te verdelen:

T-lymfocyten (ook wel T-cellen), B-lymfocyten (ook wel B-cellen) en  NK-cellen).

NK-cellen zijn een unieke groep van cellen in het immuunsysteem, actief in het lymfe en bloed, die zorgen voor een snelle reactie op bijvoorbeeld kanker cellen of virus geïnfecteerde cellen, nog voordat het verworven immuunsysteem in actie komt.
T en B-lymfocyten vormen een belangrijk onderdeel van het specifieke immuunsysteem. De functie van T en B-lymfocyten bestaat uit het herkennen van "niet lichaamseigen" antigenen. B-lymfocyten kunnen zelfstandig antigenen herkennen, dit in tegenstelling tot T-lymfocyten. T-lymfocyten kunnen alleen antigenen herkennen als de antigenen als het ware "gepresenteerd" worden aan de T-lymfocyt.

De B-lymfocyten gaan over tot het produceren van antilichamen wanneer ze een antigen herkennen. Deze antilichamen gaan zich dan vastzetten op de antigenen (de ziekteverwekkers), waarna de T-cellen tot de vernietiging ervan overgaan. De T-cellen verwittigen eveneens de fagocyten om de vernietigde indringers op te ruimen. Antilichamen kunnen eveneens gifstoffen neutraliseren.

 

Deze gecombineerde aanpak bij de bestrijding van ziekteverwekkers, zowel bacterieel als viraal, wordt het immuunsysteem genoemd. Mensen hebben drie typen vormen van immuniteit: De natuurlijke immuniteit, de adaptieve immuniteit en de passieve immuniteit.

De natuurlijke immuniteit:

Iedereen is gebeuren met een natuurlijke immuniteit, een soort universele beschermingsgraad tegen ziektes. Veel ziekteverwekkers die andere soorten schaden, gaan een mens niet kunnen besmetten en ziek maken. Bijvoorbeeld de virussen die leukemie bij katten veroorzaken, gaan een mens niet kunnen besmetten. Deze natuurlijke immuniteit werkt ook omgekeerd. Ziektes die mensen ziek maken, zoals bijvoorbeeld HIV/AIDS, gaan dan weer honden en katten niet ziek kunnen maken. De natuurlijke immuniteit omhelst ook de externe barrières van het lichaam, zoals de huid en de slijmvliezen (neus, keel,…). Dit zijn immers onze eerste beschermingsmuren tegen de invasie van ziektekiemen. Wanneer deze barrières doorbroken worden, door bijvoorbeeld een snede, gaat het lichaam uiterst snel reageren om zo snel mogelijk de huid te herstellen en tegelijkertijd speciale cellen los te laten op eventueel aanwezige ziekteverwekkers.

De adaptieve immuniteit:

De mensheid heeft een tweede beschermingsimmuniteit. Dit type immuniteit ontwikkelt zich doorheen ons leven. De adaptieve immuniteit omhelst de lymfocyten die zich steeds verder specialiseren en ontwikkelen naarmate een mens tijdens de loop van zijn leven aan ziektes wordt blootgesteld.

De passieve immuniteit:

Passieve immuniteit krijgt een kind mee van bij de moeder, maar is beperkt in de tijd. In moedermelk zitten bijvoorbeeld antistoffen die het kind tijdelijk beschermen tegen ziektes waaraan de moeder ooit is blootgesteld. Vooral tijdens de prille levensmaanden van een kind kan dit uiterst nuttig blijken.

Tot slot dient ook nog vermeld te worden dat ieders immuunsysteem verschillend is. Sommige mensen worden bijna nooit ziek, terwijl andere geregeld ziek vallen. Naarmate een persoon ouder wordt, zal het lichaam vaker blootgesteld zijn geweest aan ziektes dan op jongere leeftijd.  Daarom gaan bijvoorbeeld volwassenen en tieners minder vaak verkoudheden hebben dan kleine kinderen. Hun lichamen hebben de virussen, die verkoudheden veroorzaken, beter leren identificeren en vernietigen.