|
De hersenen van een mens zijn constant bezig. De hersenen controleren niet enkel wat een mens denkt en voelt, hoe we leren en herinneren, maar ook veel dingen waar we niet bij stilstaan. Deze zaken zijn onder andere het slaan van het hart, de vertering van ons voedsel en de stress die we voelen.
Wanneer we de hersenen als een centrale computer beschouwen, die alle functies van het lichaam aanstuurt, dan is het zenuwstelsel het netwerk waardoor de informatie van en naar de verschillende onderdelen van het lichaam wordt gestuurd. Dit gebeurt doorheen het centrum van de ruggegraat, dat vanuit de hersenen in het centrum van de wervels zich vertakt naar elk orgaan en lichaamsdeel.
Wanneer informatie in de hersenen aankomt ergens vanuit het lichaam, sturen de hersenen het lichaam aan om hierop te reageren. Ondanks de grote werklast is het menselijke brein toch zeer compact en weegt slechts rond de 1000 gram. Door de talloze plooiingen en groeven in het hersenweefsel, is er toch genoeg capaciteit om de voor het lichaam belangrijke informatie op te slaan.
De centrale zenuwbaan doorheen uw ruggegraat is een dikke bundel van zenuwweefsel van ongeveer 2 centimeter dik. Deze strekt zich uit vanuit de hersenstam tot helemaal doorheen de ruggegraat. Vanuit deze centrale zenuwbundel ontspruiten dan talloze zenuwen naar het lichaam uit. Deze worden perifere zenuwen genoemd.
Zowel het brein als de centrale zenuwbaan worden beschermd door botstructuren. De hersenen door de hersenpan en de centrale zenuwbaan door de wervels. Ze zijn beide beschermd door een speciale vloeistof ook wel hersenvocht genoemd. Deze vloeistof zorgt voor het zenuwstelsel, houdt het gezond en voert afvalstoffen af.
Het brein zelf is uit drie gedeeltes opgebouwd: de voorhersenen, de middenhersenen en het achterhersenen.
De voorhersenen:
De voorhersenen zijn het grootst en het meest complexe gedeelte van de hersenen. Het bestaat uit de hersenschors, het gebied met al die plooiingen en groeven, zoals vaak gezien in afbeeldingen van hersenen en uit andere structuren eronder.
Het hersenschors omhelst alles wat een persoon die unieke persoon maakt: diens intelligentie, geheugen, persoonlijkheid, emotie, spraak en de mogelijkheid tot voelen en bewegen. Er zijn specifieke gebieden op de hersenschors die zich hiermee bezig houden. De hersenschors heeft twee gedeeltes, ook wel hemisferen genoemd, die in het midden via een bundel zenuwvezels verbonden zijn, zodat ze met mekaar kunnen communiceren. Alhoewel beide helften op mekaar lijken, geloven de wetenschappers toch dat deze verschillende functies hebben. De linkerhelft wordt beschouwd als de logische, analytisch en objectieve zijde. De rechterhelft wordt beschouwd als de meer intuïtieve, creatieve en subjectieve zijde.
Het buitenste gedeelte van de hersenschors wordt ook wel cortex of grijze massa genoemd. Informatie vergaard door de vijf zintuigen komen vanuit de centrale zenuwbaan in de cortex terecht. Deze informatie wordt dan naar andere gedeelte van het zenuwstelsel gestuurd om verder verwerkt te worden. Bijvoorbeeld als u zich verbrandt, vertrekt er niet alleen een boodschap om de hand terug te trekken, maar ook informatie naar een ander gedeelte in de hersenen opdat u dit nooit meer doet.
In het binnenste gedeelte van de voorhersenen zit de thalamus, hypothalamus en hypofyse. De thalamus stuurt informatie van ogen, oren, neus en vingers naar de cortex. De hypothalamus controleert de hartslag, dorst, honger, slaappatronen en andere automatische processen. Het stuurt ook de hypofyse aan, die op zijn beurt hormonen aanmaakt die onze groei, metabolisme, vertering, sexuele rijping en stress aansturen.
De middenhersenen zijn gelokaliseerd onder het midden van de voorhersenen en coördineren alle boodschappen die in en uit het brein vanuit en naar de centrale zenuwbaan in de ruggegraat.
De achterhersenen:
Deze zijn gepositioneerd aan het achterste einde van de hersenschors. Het cerebellum, het voornaamste onderdeel hiervan, wordt ook wel de kleine hersenen genoemd, omdat ze zo sterk lijken op de hersenschors. Deze kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor onze balans, beweging en coördinatie. Daarnaast is er ook nog de hersenstam die alle automatische functies van het lichaam controleert, zoals ademen, hartslag, bloeddruk, verteren,… .
Hoe werkt het zenuwstelsel?
De werking van het zenuwstelsel berust op zéér kleine cellen, ook wel neuronen genoemd. De hersenen hebben hiervan miljarden en allen hebben gespecialiseerde taken. De zintuigelijke neuronen bijvoorbeeld brengen de informatie van ogen, oren, neus, tong en huid naar de hersenen. Iedere neuron geven hun informatie aan elkaar door via hetzelfde complexe electro-chemisch proces. En de verbindingen die ze onderling maken, beïnvloeden dan weer hoe we denken, leren, bewegen en ons gedragen.
Bij de geboorte bevat het zenuwstelsel reeds alle neuronen, maar deze moeten nog verbinding met elkaar maken. Als een kind groeit en leert, gaat de informatie van één neuron naar het ander over en worden verbindingen in het brein aangemaakt. Dit is de reden waarom bijvoorbeeld leren rijden zo moeilijk is initieel en achteraf een automatisme wordt. De neurologische verbindingen zijn dan volledig tot stand gekomen.
Bij jonge kinderen zijn de hersenen zéér adaptief. Wanneer bijvoorbeeld een gedeelte van de hersenen van een jong kind beschadigt raken, is het mogelijk dat een ander gedeelte de functies hiervan overneemt. Bij ouder worden neemt deze veelzijdigheid af en wordt het steeds moeilijker om nieuwe neurologische verbindingen te maken en dus ook steeds moeilijker om nieuwe taken aan te leren of om vaste patronen af te leren. Daarom is het essentieel om uw hersenen steeds een uitdaging te geven om op die manier nieuwe zaken en nieuwe neurologische verbindingen te maken. Dit helpt het brein om tot op late leeftijd actief en gezond te blijven. Het geheugen is een andere complexe functie van het brein. De dingen die we doen, leren en zien worden eerst in de cortex verwerkt en nadien, indien nodig, permanent opgeslagen in de hippocampus en amygdala. Wanneer deze informatie doorheen de hersenen wordt gestuurd, gaan op die manier eveneens neurologische verbindingen gemaakt worden die als basis van ons geheugen dienen. Verschillende onderdelen van de hersenschors zijn verantwoordelijk om bepaalde lichaamsgedeeltes te bewegen. De linkerzijde van het brein controleert de rechterzijde van het lichaam en de rechterzijde van de hersenen de linkerzijde.
Basis lichaamsfuncties:
Een gedeelte van het perifere zenuwstelsel, ook wel autonome zenuwstelsel genaamd, is verantwoordelijk voor veel lichaamsfuncties die praktisch automatisch verlopen (ademen, verteren, zweten, rillen,…). Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee gedeeltes: het sympatisch en parasympatisch zenuwstelsel.
Het sympatisch zenuwstelsel bereidt het lichaam voor op plotse stress. Dit zenuwstelsel zorgt ervoor dat de hartslag versnelt, zodat extra bloed kan gaan naar de organen die het nodig hebben. Het zorgt er eveneens voor dat via bepaalde klieren adrenaline in de bloedstroom wordt gelost. Dit hormoon zorgt dan weer op zijn beurt voor een extra krachtopstoot in de spieren. Het parasympatisch zenuwstelsel doet het exact tegenovergestelde: Het bereidt het lichaam voor op rust.
De zintuigen:
Zonder verwerking door de hersenen zou de informatie van de zintuigen gewoon nutteloos zijn.
Het zicht: Licht dat door de ooglens binnenvalt vormt een omgekeerd beeld op het netvlies. Het netvlies gaat het licht omzetten in zenuwsignalen. De hersenen keren dan het beeld om en laten ons het juiste beeld ‘zien’.
Het gehoor: Elk geluid dat we horen is het gevolg van geluidsgolven die ons oor binnendringen en de oortrommel aan vibreren brengen. Deze vibraties worden door zéér kleine botjes in het middenoor omgezet in zenuwsignalen. De hersenschors verwerkt dan deze signalen zodat we kunnen horen.
De reukzin: In onze neus zitten speciale receptoren die reageren op de producten die we inademen en dit weer omzetten in zenuwsignalen. Volgens experten zijn we instaat om onderscheid te maken tussen 10000 verschillende geuren.
De tastzin: In de huid zitten meer dan 4 miljoen tastreceptoren. De meeste zijn geconcentreerd op de vingers, tong en lippen. De informatie ervan wordt weer omgezet in een zenuwsignaal en in de hersenen verwerkt tot bruikbare informatie.
|