Header image  

Gezondheid: Het endocrien systeem

 
line decor
 
line decor
   
 

Het endocrien systeem

 
 

De fundamenten van het endocrien systeem zijn de hormonen en de klieren. De hormonen zijn in feite de chemische boodschappers van het lichaam, die informatie en instructies van één set cellen naar een ander overbrengen. Alhoewel er verschillende hormonen in de bloedstroom circuleren, affecteren ze de cellen die genetisch zo geprogrammeerd zijn om de boodschap overgebracht door het hormoon te ontvangen en te verwerken. Hormonenniveaus kunnen door verschillende factoren, zoals stress, infectie en onbalans in de vochthuishouding beïnvloed worden.

Een klier is een groep cellen die chemische stoffen produceren en afgeven. Een klier selecteert en verwijdert stoffen uit het bloed, verwerkt deze en geeft het afgewerkt chemisch product af voor gebruik elders in het lichaam. Sommige klieren geven hun stoffen af op welbepaalde plaatsen in het lichaam. De exocriene klieren, zoals de zweet- en speekselklieren geven hun stoffen af op respectievelijk de huid en in de mond. De endocriene klieren daarentegen geven méér dan 20 soorten hormonen af rechtstreeks in de bloedstroom, waarna ze in deze naar andere lichaamsgedeeltes worden getransporteerd. Alhoewel de endocriene klieren de hoofdproductie van hormonen tot zich nemen, zijn er ook niet-endocriene organen, zoals het hart, de hersenen, de longen, de lever en de nieren die op hun beurt ook hormonen kunnen produceren en afgeven.

De hypothalamus is een klier die zich situeert in het onderste centrale gedeelte van het brein en die de primaire link is tussen het endocriene systeem en het zenuwstelsel. Zenuwcellen in de hypothalamus controleren de hypofyse door stoffen af te scheiden die deze enerzijds stimuleren of anderzijds onderdrukken om hormonale afscheidingen te doen.

Alhoewel de hypofyse niet groter is dan een erwt, is het de meest belangrijke klier in het endocrien systeem. Het wordt dan ook vaak als hoofdklier binnen het menselijke lichaam beschouwd omdat het hormonen afgeeft die verschillende andere endocriene klieren beïnvloeden. De productie en afgifte van hormonen door de hypofyse kan beïnvloed door factoren zoals emoties en seizoensveranderingen. Dit is mogelijk doordat de hypothalamus, die de hypofyse aanstuurt, deze informatie verkregen door het brein doorstuurt naar de hypofyse.

 

De kleine hypofyse is verdeeld in twee delen: de voorkwab en de achterkwab. De voorkwab regelt onder andere de activiteit van de schildklier en voortplantingsklieren. Volgende hormonen worden er door geproduceerd:

*) Groeihormoon, welke de groei van botten en andere lichaamsweefsel regelt en welk een rol speelt in de stofwisseling.
*) Prolactine, welk bij zwangere vrouwen de melkproductie stimuleert.
*) Thyrotropine, welk de schildklier aanspoort schildklierhormonen te produceren.
*) Corticotropine, welk op de bijnierschors inwerkt die op zijn beurt corticosteroïden aanmaakt.

De achterkwab van de hypofyse geeft antidiuretisch hormoon af, dat de vochtbalans in het lichaam controleert door de aansturing van de nieren en dan met name de uitstoot van urine. De achterkwab geeft ook oxytocine af, dat de contracties van een baarmoeder tijdens het baren aanstuurt.

De schildklier of thyroïd is een (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. Het bestaat uit twee kwabben, opgebouwd uit follikels (blaasjes). Tussen de follikels van de schildklier liggen C-cellen. De schildklier wordt van bloed voorzien door vier slagaders en is hiermee het meest doorbloede orgaan van het menselijk lichaam.

De schildklier produceert schildklierhormonen uit jodium en tyrosine. Hieruit wordt thyroxine, of T4, geproduceerd. Daarnaast produceert de schildklier vanuit T4 ook T3, dat zop zijn beurt actiever is dan T4, maar in mindere mate voorkomt. Beide hormonen beïnvloeden stofwisselingsprocessen.

Het schildklierhormoon stimuleert:

*) de stofwisseling
*) verbranding in de cellen
*) de groei.

De aanmaak van T4 wordt geregeld door de hypothalamus en de hypofyse: TRH (TSH-releasing hormone) wordt afgescheiden door de hypothalamus. De hypofyse wordt door TRH gestimuleerd om thyroïd stimulerend hormoon (TSH) af te geven. De schildklier wordt door TSH gestimuleerd om T4 te maken. De hypothalamus registreert tevens de concentratie T4 in het bloed. Hoe hoger deze concentratie, des te minder TRH de hypothalamus afscheidt. Hierdoor wordt er dus ook minder TSH en T4 afgescheiden.

De pijnappelklier is middenin het brein gelegen. Het geeft melatonine af, een hormoon dat de slaapcyclus regelt.

 

De voortplantingsorganen zijn de hoofdproducten van de sexhormonen. Bij mannen zijn ze gelokaliseerd in de balzak. Mannelijke voortplantingsorganen, ook wel zaadballen genoemd, produceren testosterone, het mannelijk hormoon. Deze hormonen regelen de verandering van het lichaam met betrekking tot sexuele ontwikkeling, met name een vergroting van de penis, de groeispurt, het ontstaan van secundaire mannelijke karakteristieken, zoals een diepere stem, baardgroei en schaamhaar en een verhoging van de spiermassa en kracht bij de man. In combinatie met hormonen van de hypofyse, stuurt testosterone de productie van zaadcellen in de zaadballen.

De vrouwelijke voortplantingsorganen, ook wel eierstokken genaamd, zijn gelocaliseerd in het bekken. Deze produceren het vrouwelijke hormoon oestrogeen en progesteron. Oestrogeen controleert het ontstaan van de vrouwelijke kenmerken, zoals borsten en het afzetten van vet rond de heupen en dijen. Ook de groeispurt bij de meisjes wordt door dit hormoon aangestuurd. Beide hormonen zijn betrokken bij een zwangerschap en sturen beide de menstruele cyclus aan.

De pancreas produceert twee belangrijke hormonen: Insuline en glucagon. Deze werken samen om een constant niveau van glucose in het bloed te onderhouden en om de energiereserves van het lichaam op peil te houden.

Wanneer een hormoon wordt afgegeven, gaat deze vanuit de endocrien klier doorheen de bloedstroom naar de doelcel om zijn boodschap over te brengen. Deze doelcellen worden ook wel targetcellen genoemd. Op weg naar de targetcel voor het hormoon gaan speciale eiwitten zich binden aan het hormoon. Deze speciale eiwitten controleren dan op hun beurt de hoeveelheid hormoon dat uiteindelijk beschikbaar is voor de targetcellen. Daarnaast hebben deze doelcellen ook specifieke receptoren die bepaalde hormonen kunnen vastgrijpen. Ook de hormonen zelf hebben receptoren, waardoor het lichaam zich ervan vergewist dat een specifiek cel kan reageren op een specifieke cel en omgekeerd. Na ‘vastgrijpen’ van het hormoon door de targetcel, kan de chemische boodschap van het hormoon aan het inwendige van de (target)cel worden doorgegeven.

Wanneer de hormonen een bepaald niveau bereiken, zal verdere productie ervan worden gestopt, zodanig dat het hormoonniveau zich kan stabiliseren. Deze hormoonregeling wordt aangestuurd door het hormoon zelf, of een andere stof die gerelateerd is aan de hoeveelheid hormoon in de bloedstroom.