|
Het ademhalingsstelsel is volledig automatisch en zorgt ervoor dat als we een 23000 maal per dag inademen. Het ademen op zich zou niet mogelijk zijn zonder neus, keel, strottehoofd, luchtpijp en longen. Bij elke ademhaling nemen zuurstofrijke lucht doorheen de neus en mond binnen richting longen. Deze laatste vullen op en na gebruik ledigen ze zich weer, waarna de ademstroom de omgekeerde richting naar buiten volgt. Zelfs wanneer we vervuilde lucht inademen, kan het ademhalingsstelsel zich hiertegen beschermen.Dit gebeurt zowel in de neus als de mond. Vervuilde stoffen worden uitgeademd of uitgehoest. Komen ze onverhoopt in het verteringsstelsel terecht dan moeten ze passeren door het darmstelsel, waarbij het merendeel ervan wordt verteerd of vernietigd door de afweercellen.Wanneer we evenwel niet ademen, kunnen we ook niet leven. Ademhalen is één van de meest belangrijke levensfuncties van en voor ons lichaam.
Bij de ademhaling of respiratie stroomt er lucht via de neus of mondholte, door de luchtpijp (trachea) met zijn vertakkingen naar de longen. De longen bevatten longblaasjes waar de gasuitwisseling plaatsvindt, waarbij zuurstof vanuit de lucht wordt opgenomen in het bloed en CO2 (koolstofdioxide) en waterdamp wordt afgegeven aan de lucht. Deze zuurstofarme en CO2-rijke lucht wordt vervolgens weer uitgeademd door de neus of de mond.
Het ademen gebeurt door een prikkel vanuit het ademhalingscentrum in het verlengde merg van de hersenstam Deze prikkel wordt gevormd door de koolzuurconcentratie in het bloed. Stijgt deze concentratie, dan wordt krachtiger geademd om de concentratie terug te brengen op het optimale niveau. CO2 wordt overigens geproduceerd door verbranding van voedingsstoffen, om lichamelijke arbeid mogelijk te maken. Ook in rust houdt deze verbranding, ook wel stofwisseling genaamd, niet op. Het lichaam moet op temperatuur blijven, en de ademhaling vereist spierarbeid.
Met ademhalingsspieren worden die spieren bedoeld die meehelpen met het ademen. Dit zijn het middenrif, de spieren van de buikwand, de tussenribspieren en de supra-claviculaire (boven het sleutelbeen gelegen) spieren. Zij worden gebruikt bij het inademen of bij het geforceerd uitademen. Bij het inademen zullen de spieren trachten het volume van de borstholte zo groot mogelijk te maken, zodat de longen, die zich in deze borstholte bevinden, kunnen uitzetten en zich maximaal kunnen vullen. De druk in de borstholte wordt op dat ogenblik negatief ten opzichte van de buitenlucht, waardoor de lucht in de longen wordt gezogen. Bij het uitademen ontspannen de spieren zich en door de elasticiteit van de longen, verkleint opnieuw het volume van de longen en de borstkas, wordt de druk in de longen hoger en zal de lucht weer naar buiten worden gestuwd.
Bij een optimale ademhaling, wordt er via de neus ingeademd,( 400-500 ml per ademhaling) gebruikt men buik-, borst- en hoge ademhaling en wordt de lucht door de neus weer uitgeademd met een frequentie van 12 tot 15 keer per minuut. Bij een volwassene wordt hierbij in rust gemiddeld 300 ml zuivere zuurstof per minuut door de longen opgenomen.
|